Geef me een zegening

En Judah ging naar de Kanaänieten
Die in Hebron woonden
De naam van Hebron
Was voorheen Kirjath Arba
En zij versloegen Sheshai, Achiman en Talmai
En van daar ging hij naar
De inwoners van Debir
De naam van Debir was voorheen Kirjath Sefer
En Kaleb zei:
Degene die Kirjat Sefer verslaat
En het inneemt
Zal ik Achsa, mijn dochter
Tot vrouw geven
En Othniël, de zoon van Kenaz
Kaleb’s jongere broer
Nam het in
En hij gaf hem Achsah, zijn dochter
Tot vrouw
En het was toen zij bij hem kwam
Dat ze hem overhaalde
Om haar vader het veld te vragen
En ze leunde van de ezel af
En Kaleb zei tegen haar:
Wat ontbreekt je?
En ze zei tegen hem:
Geef me een zegening
Want je hebt me dor land gegeven
En je zou me waterbronnen
Moeten geven
En Kaleb gaf haar de bovenste bronnen
En de onderste bronnen
En de kinderen van Keni
De schoonvader van Moshé
Gingen naar de stad van de dadelpalmen
Met de kinderen van Judah
Naar de woestijn van Judah
Dat zuidelijk van Arad ligt
En hij ging en woonde bij het volk
En Judah ging met Simeon zijn broer mee
En ze versloegen de Kanaänieten
Die in Safed (Tsfat) woonden
En zij vernietigden het
En noemden de stad Chormah
En Judah veroverde Gaza
Met zijn omliggende gebieden
En Ashkelon
Met zijn omliggende gebieden
En Ekron
Met zijn omliggende gebieden
En de Eeuwige was met Judah
En ze verdreven de inwoners van de bergen
Maar ze konden de inwoners van de vallei
Niet verdrijven
Want zij hadden ijzeren strijdwagens
En ze gaven Hebron aan Kaleb
Zo als Moshé gezegd had
En hij verdreef daar
De drie zonen van de reus
En de kinderen van Benjamin
Verdreven de Jebusieten niet
Die in Jeruzalem woonden
En de Jebusieten woonden
Met de kinderen van Benjamin
Tot op de dag van vandaag
In Jeruzalem
(eigen vertaling)

Het land is ondertussen verdeeld
Maar sommige gebieden moeten nog veroverd worden
Een gedeelte hebben we al eerder gelezen
In het boek van Joshua
Als Achsah bij haar vader komt klagen
Over het dorre land
En zich nederig van de ezel afbuigt
Betekent dat
Dat zij zich
Voor de voeten van haar vader wierp
Om hem gunstig te stemmen
En als er in bijbelse tijden wordt gesproken
Over de stad met de dadelpalmen
Bedoelt men Jericho

In de ochtend ben ik al
Op mijn balkon
Aan het pielen
Gips gehaald
Uitgegoten
Recept werkte natuurlijk niet
Toch gelukt
En nu maar kerven
Best blij met de chop
Die ik heb ontworpen
En nu verder
De ideeën blijven maar komen
Nu nog uitvoeren
Want voordat ik het weet ben ik
Als mijn wietvriendin
Die hele boeken schrijft
Maar nooit iets daadwerkelijk laat bestaan
Dat moeten we niet hebben

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, art-is-in-the-heart-story

Posted in @home, @Work, keramiek freak, kunst, literatuur, Own Art | Tagged , , , | Leave a comment

Zonder duim en grote teen

En het was na de dood van Joshua
Dat de kinderen van Jisraël
De Eeuwige vroegen:
Wie zal voor ons als eerste optrekken
Tegen de Kanaänieten
Om tegen hen te strijden?
En de Eeuwige zei:
Judah zal optrekken
Kijk, ik heb het land
In zijn hand gegeven
En Judah zei tegen Simeon, zijn broer:
Trek met mij op naar mijn gebied
En we zullen strijden tegen de Kanaänieten
En ik zal ook met jou
Naar jouw gebied gaan
En Simeon ging met hem mee
En Judah trok op
En de Eeuwige gaf hun de Kanaänieten
En de Perizzieten in handen
En ze versloegen hen in Bezek
Tienduizend man
En ze vonden Adoni Bezek in Bezek
En vochten tegen hem
En ze versloegen de Kanaänieten
En de Perizzieten
En Adoni Bezek vluchtte
En zij achtervolgden hem
En ze pakten hem
En hakten zijn duimen en grote tenen af
En Adoni Bezek zei:
Zeventig koningen
Met afgehakte duimen en tenen
Verzamelden voedsel onder mijn tafel
Zoals ik zelf deed
Zo heeft God mij gestraft
En ze brachten hem naar Jeruzalem
En daar stierf hij
En de kinderen van Judah vochten
Tegen Jeruzalem
En veroverden het
En sloegen het
Met het scherpst van het zwaard
En ze staken de stad in brand
Daarna gingen de kinderen van Judah
Naar beneden
Om te vechten tegen de Kanaänieten
Bewoners van de berg
Van het zuiden
En van de laagvlakte
(eigen vertaling)

We gaan door bij het boek Rechters
En komen bij Judah uit na de dood van Joshua
Judah had wel zijn erfdeel gekregen
Maar het gebied was nog niet veroverd
Daar gaan ze en trekken ten strijde
Duimen en grote tenen vliegen in het rond
In bijbelse tijden was het afhakken van duim en grote teen
Een effectieve, zeer wrede, lokale gewoonte bij de Kanaänieten
Zonder duim kun je geen zwaard of pijl en boog vasthouden
Gevechten van man tot man zijn uitgesloten
Zonder grote teen kun je niet goed meer lopen of bewegen
Een grote vernedering
Iedereen die een koning zonder duim en grote teen tegenkwam
Wist dat die zijn dagen geteld waren
Wel gaan de kinderen van Judah hiermee
Tegen de wil van de Eeuwige in
Die duidelijke instructies had gegeven
Om de volkeren van Kanaän volledig te vernietigen

Al twee dagen achterelkaar
Kom ik die vervelende vrouw
Met kinderen in het land van mijn hart tegen
Die last van haar darmen heeft
Maar deed of dit aan mijn soep lag
Eerst gisteren bij de Arabische super
Ze draaide haar hoofd om en deed of ze me niet zag
Met stoom uit mijn oren zei ik nogal hard:
Hallo!
Vandaag hadden we weer een ontmoeting
In het andere winkelcentrum
En ze begint te babbelen
Ze had chili con carne gemaakt
Maar daar kan ze niet meer tegen
Als water…
Ik hief mijn handen op:
Details hoef ik niet te horen!
Alsjeblieft zeg
Dat tussen de verse groente en fruit
Maar dat zei ik er niet bij
Sterkte, zei ik
En snelde weg
Thuis bij de lift als ik mijn fiets
Naar het fietsenhok probeer te dirigeren
Klatst ze me weer aan:
Ja haar kinderen komen lunchen
Ze dacht dat ze klaar was met boodschappen
Moest ze wéér
Is toch gezellig, zeg ik
En frummel mijn fiets door de deur
En schreeuw veel te hard achterom:
Shabbat shalom!

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, kan-niet-meer-tegen-dat-gelul-story




Posted in @home, Bonje in het bejaardenhuis, kunst, literatuur, Own Art | Tagged , , | Leave a comment

Jaloerse God

En het volk antwoordde en zei:
God verhoede
Dat we de Eeuwige zouden verlaten
Om andere goden te dienen
Want de Eeuwige, onze God
Heeft onze vaders uit Egypte geleid
Uit het huis van slavernij
En grote wonderen verricht
Voor onze ogen
En Hij heeft ons beschermd
Op heel de weg die we gingen
Tussen alle volkeren
Waar we doorheen trokken
En de Eeuwige heeft alle volkeren
Voor ons uitgedreven
Ook de Amorieten
Die in het land woonden
Ook wij zullen de Eeuwige dienen
Want Hij is onze God
En Joshua zei tegen de mensen:
Je zult de Eeuwige niet kunnen dienen
Want hij is een heilige God
Hij is een jaloerse God
Hij zal jullie overtredingen
Of zondes niet vergeven
Wanneer jullie de Eeuwige verlaten
En vreemde goden dienen
Dan zal hij zich tegen jullie keren
En je kwaad doen
En je vernietigen
Nadat Hij jullie goed heeft gedaan
En het volk zei tegen Joshua:
Wij zullen de Eeuwige dienen
En Joshua zei tegen het volk:
Jullie zijn getuigen tegen jezelf
Omdat jullie de Eeuwige hebben gekozen
Voor jezelf
Om Hem te dienen
En zij zeiden:
Wij zijn getuigen
Wel nu, zei hij
Verwijder alle vreemde goden
Die onder jullie zijn
En wend je hart
Naar de Eeuwige, God van Jisraël
En het volk zei tegen Joshua:
De Eeuwige, onze God
Zullen we dienen
En naar Zijn stem zullen we luisteren
En Joshua sloot die dag een verbond
Met het volk
En stelde een wet
En een verordening samen
In Schem
En Joshua schreef deze woorden
In het wetboek van God
En nam een grote steen
En plaatste die onder de deurpost
Van het heiligdom van de Eeuwige
En Joshua zei tegen alle mensen:
Let op, deze steen
Zal getuige tegen ons zijn
Want het heeft alle woorden
Die de Eeuwige tegen ons
Heeft gesproken gehoord
Het zal tegen jullie getuigen
Opdat je jullie God niet verloochent
En Joshua stuurde het volk weg
Ieder naar zijn erfdeel
En na deze zaken
Stierf Joshua, de zoon van Nun
Hij werd honderdtien jaar oud
En ze begroeven hem
Binnen de grens van zijn erfdeel
In Timnath Serah
Dat in de berg Efraïm ligt
Aan de noordelijke kant
Van de heuvel van Ga’ash
En Jisraël diende de Eeuwige
Alle dagen van Joshua
En al de dagen van de oudsten
Die Joshua overleefden
Die alle werken van de Eeuwige kenden
Die Hij voor Jisraël had gedaan
En de beenderen van Joseph
Die de kinderen van Jisraël
Uit Egypte hadden meegebracht
Begroeven ze in Schem
In het stuk grond
Dat Ja’acov kocht
Van de zonen van Hamor
De vader van Schem
Voor honderd geldstukken
En zij werden het erfdeel
Van de kinderen van Joseph
En Eleazar, de zoon van A’aron stierf
En zij begroeven hem
In de heuvel van Pinchas zijn zoon
Die hem in de berg Efraïm was gegeven
(eigen vertaling)

Hiermee eindigt het boek Joshua
Dat we met een jaloerse God te maken hebben
Hoeft niemand te vertellen
Zoveel is wel duidelijk
Ik vind het opmerkelijk
Dat één van de tien geboden zegt
Niet te begeren wat van je naaste is
Maar de Eeuwige zelf
Kan enorm verlangen naar de liefde
Van de kinderen van Jisraël
Als die dwalen naar andere goden
En daar nu al van weet
Woedend over te worden
Er wordt herhaaldelijk met klem aangeraden
Geen andere goden te dienen
Je zou het als een cliffhanger kunnen lezen
Want dit gaat natuurlijk mis

Vandaag heb ik mezelf
Op een kunstenaarsuitje getrakteerd
In de bus naar Pipoos
Het weer te slecht om te fietsen
Gips gekocht
Om mijn eigen chop te ontwerpen
Ik kwam veel mooie dingen tegen
Die ik wel wilde hebben
Maar toch heb laten liggen
Om in mijn brein te broeien
Totdat ik over een tijdje
Alsnog voor de bijl ga

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, The-Artist’s-Way-story




Posted in @Work, keramiek freak, kunst, literatuur, Own Art | Tagged , , , | Leave a comment

Waar je van eet

En Joshua verzamelde alle stammen
Van Jisraël te Schem
En hij riep de oudsten van Jisraël
En hun hoofden
Hun rechters
En hun ambtenaren bijeen
En zij stelden zich op voor God
En Joshua zei tegen het hele volk:
Dit zei de Eeuwige, God van Jisraël:
Jullie vaders woonden
Aan de andere kant van de rivier
Vanaf het begin der dagen
Terach, de vader van Avraham
En de vader van Nachor
Dienden andere goden
En Ik nam jullie vader Avraham
Van de andere kant van de rivier
En leidde hem door heel het land Kanaän
En vermenigvuldigde zijn zaad
En gaf hem Jitschak
En Ik gaf Jitschak Ja’akov en Esav
En Ik gaf Esav de berg Seïr als erfgoed
En Ja’acov en zijn kinderen
Trokken naar Egypte
En ik stuurde Moshé en Aäron
En plagen naar de Egyptenaren
En daarna leidde Ik jullie eruit
Ik bracht jullie vaders uit Egypte
En jullie kwamen tot aan de zee
En de Egyptenaren
Achtervolgden jullie vaders
Met strijdwagens en ruiters
Tot aan de Rode Zee
En ze riepen de Eeuwige
En Hij plaatste duisternis
Tussen jullie en de Egyptenaren
En bracht de zee over hen
En bedekte hen
Jullie hebben gezien
Wat Ik heb gedaan in Egypte
En jullie verbleven velen dagen
In de woestijn
En Ik bracht jullie
Naar het land van de Amorieten
Die aan de andere kant van de Jordaan woonden
En zij voerden oorlog met jullie
En Ik leverde ze uit in jullie hand
En jullie erfden hun land
En Ik vernietigde hen voor jullie ogen
Toen stond Balak op
De zoon van Tzippor
Koning van Moab
En voerde oorlog tegen Jisraël
En hij liet Bala’am
De zoon van Be’or ontbieden
Om jullie te vervloeken
En Ik luisterde niet naar Bala’am
En hij zegende jullie
Dus Ik bevrijdde jullie
Uit zijn hand
En jullie staken de Jordaan over
En kwamen bij Jericho
En de inwoners van Jericho
Streden tegen jullie met
De Amorieten
De Perizieten
De Kanaänieten
De Hethieten
De Girgashieten
De Hivieten
En de Jebusieten
En Ik leverde hen
In jullie handen uit
En ik stuurde de horzel
Voor jullie uit
En die verdreef hen
Voor jullie uit
Zelfs de twee koningen
Van de Amorieten vielen
Niet met jullie zwaard
Noch met je boog
En Ik heb jullie land gegeven
Waar je niet voor gewerkt hebt
En steden
Die je niet gebouwd hebt
En jullie hebben je er in gevestigd
Van de wijngaarden
En olijfgaarden
Die je niet geplant hebt
Eet je nu
Heb dus ontzag voor de Eeuwige
En dien Hem
In oprechtheid en waarheid
En verwijder de goden
Die je vaders dienden
Aan de andere kant van de rivier
En in Egypte
En dien de Eeuwige
En als het je niet behaagt
Om de Eeuwige te dienen
Kies dan vandaag
Wie je wilt dienen
Of de goden
Die je vaders dienden
Die aan de andere kant van die rivier waren
Of de goden van de Amorieten
In wiens land jullie wonen
Maar ik
En mijn huishouden
Wij zullen de Eeuwige dienen
(eigen vertaling)

De woorden van de Eeuwige
En die van Joshua lopen door elkaar
Omdat Joshua het woord van God vertolkt
En dan later weer op persoonlijke titel
Vertelt hoe hij er over denkt
Het doet me denken aan de woorden
Van mijn eigen vader vroeger
Als we klaagden dat mijn ouders
Zo weinig thuis waren
Altijd aan het werk
Dan zei hij:
Daar eet je van

Gisteren bij mijn ouders was fijn
Jammer genoeg was het weer te slecht
Om poffertjes te eten in Laren
Waar we ons alle drie op hadden verheugd
Gelukkig heb ik mijn vader
Wel kunnen helpen
Met alle digitale toestanden
Waar hij niet zo handig in is
We hebben afgesproken
Eens per maand kom ik naar hem
Of hij bij mij
Dan werken we de boel weer netjes bij

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, eer-je-vader-en-moeder-story



Posted in @home, @Work, kunst, literatuur, Own Art, Thuis | Tagged , , , | Leave a comment

Met heel je hart en ziel

Joshua gaat verder heel Jisraël toe te spreken:
En de Eeuwige heeft grote en machtige volkeren
Voor jullie verdreven
Wat jullie betreft
Is er geen man voor jullie opgestaan
Tot op de dag van vandaag
Eén van jullie achtervolgde er duizend
Want het is de Eeuwige, je God
Die voor je strijdt
Zoals Hij tot je heeft gesproken
Let goed op jezelf
Om de Eeuwige, je God
Lief te hebben
Want als je je afkeert
En vastklampt aan het overblijfsel
Van deze volkeren
Die bij jullie blijven
En met hen trouwt
En je met hen vermengt
En zij met jullie
Weet dan zeker dat de Eeuwige, je God
Deze volkeren niet voor je verdrijft
En ze zullen een valstrik
En obstakel voor je zijn
Een steek in je zij
En doornen in je ogen
Totdat je vergaan bent
Van dit goede land
Dat de Eeuwige, je God
Je gegeven heeft
En let op
Deze dag ga ik weg van de hele aarde
En jullie zullen met heel je hart
En met heel je ziel weten
Dat niet één ding
Van alle goede zaken
Waar de Eeuwige, je God
Over heeft gesproken wat jullie betreft
Mislukt is
Alles is je overkomen
Niet één woord ervan is mislukt
En het zal zo zijn
Dat alle goede dingen
Die de Eeuwige, je God
Gesproken heeft met je
Zijn uitgekomen
Zo zal de Eeuwige
Kwade dingen over jullie brengen
Tot Hij je heeft vernietigd
Van dit goede land
Dat de Eeuwige, je God je heeft gegeven
Wanneer je het verbond
Van de Eeuwige, je God overtreedt
Dat Hij je heeft geboden
En je gaat vreemde goden dienen
En je voor hen zult buigen
Dan zal de toorn van de Eeuwige
Tegen je oplaaien
En je zult snel uitgeroeid zijn
Van het goede land
Dat Hij je heeft gegeven
(eigen vertaling)

Het is geen vrolijke boodschap
Die Joshua achterlaat
Voor de kinderen van Jisraël
Hij legt er nogmaals de nadruk op
Dat ze hun lot in eigen hand hebben
Al het goeds van het land dat ze gekregen hebben
Staat tot hun beschikking
Maar oh wee als de kinderen van Jisraël
Zich tot vreemde goden wenden
En voor hen zullen buigen

Morgen naar mijn ouders
Vanochtend al vroeg
Gemberkoek gebakken voor mijn vader
Ook even beneden geweest
Om het lang uit het oog verloren kleed
Weer nieuw leven in te blazen
Maar oi va voi
Wat heb ik er een hekel aan gekregen
Dat gepriegel
En iedereen kwam aan mijn tafel kletsen
Ik ben dan te beleefd om te zeggen
Dat ze zichzelf bezig moeten houden
Dus straks als iedereen weer weg is
Toch weer beneden verder werken
Aan dat verdomde kleed
En me verheugen op mijn ouders morgen

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, jiddische-boterkoek-traant-van-het-vet-story



Posted in @home, Bonje in het bejaardenhuis, kunst, literatuur, Own Art | Tagged , , , , | Leave a comment

Oud en op leeftijd

En het was na vele dagen
Nadat de Eeuwige rust had gegeven
Aan Jisraël
Van al hun vijanden rondom
En Joshua oud was geworden
En op leeftijd gekomen
Dat Joshua heel Jisraël bijeen riep
Hun oudsten
Hun hoofden
Hun rechters
En hun ambtenaren
En hij zei tegen hen:
Ik ben oud
En op leeftijd gekomen
En jullie hebben allemaal gezien
Wat de Eeuwige, jullie God
Met al deze volken vóór jullie
Heeft gedaan
Want de Eeuwige, je God
Heeft voor jullie gestreden
Let op
Ik heb jullie je erfdeel gegeven
Naar jullie stammen
Deze volken die overgebleven zijn
Van de Jordaan vandaan
Met alle volken die ik heb uitgeroeid
Tot aan de Grote Zee
In de richting van de zonsondergang
Zal de Eeuwige, je God
Voor jullie uit verdrijven
En je zult hun land erven
Zoals de Eeuwige tot jullie heeft gesproken
En jullie zullen zeer vastbesloten zijn
Om je te houden aan
En alles te doen
Wat in het boek
Van de Torah van Mozes
Staat geschreven
Zodat jullie er niet van afwijken
Naar rechts of links
Zodat jullie niet tussen deze volken komen
Die bij je zijn gebleven
Noch zullen jullie de namen noemen
Van hun afgoden
Noch de eed afleggen
En je zult hen niet dienen
Noch voor ze buigen
Maar blijf je vasthouden
Aan de Eeuwige, je God
Zoals jullie hebben gedaan
Tot op de dag van vandaag
(eigen vertaling)

Opnieuw krijgen de kinderen van Jisraël
Ingewreven dat ze geen afgoden mogen dienen
Op geen enkele manier
Het was blijkbaar mode in die tijd
Om dan eens die god
En dan weer die te aanbidden
Het monotheïsme was nieuw
En een relatief kleine stroming
Binnen de omringende volkeren

De buurvrouw is aan het verhuizen
Laatste nacht hier geslapen
Blij om de boel achter te laten
Fijne flat gevonden
Dichtbij haar dochters
Morgen de sleutel inleveren
Ik heb haar bloempot met hortensia’s geërfd
Nu alleen zorgen dat mijn ladder
Die ze even heeft geleend
Niet met haar boedel mee verhuist

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, they-come-and-go-story

Posted in @home, Bonje in het bejaardenhuis, kunst, literatuur | Tagged , , , | Leave a comment

Gered

Toen antwoordden de kinderen
Van Reuben en de kinderen van Gad
En de halve stam van Menashe
En spraken met de hoofden
Van de duizenden van Jisraël
God, God, de Eeuwige
God, God, de Eeuwige
Hij weet
En Jisraël
Hij zal weten als het volk in opstand komt
Of als het zondigt tegen de Eeuwige
Red ons dan niet op die dag
Als we voor ons een altaar bouwden
Om ons af te wenden van de Eeuwige
Of om op te offeren
Het brandoffer
Of het meeloffer
Of vredesoffers te brengen
Laat de Eeuwige het zelf eisen
En zelfs als we dat niet gedaan hebben
Uit angst voor deze zaak
Terwijl we zeggen:
In de tijd die komt
Zullen jullie kinderen
Tegen onze kinderen spreken
En zeggen:
Wat hebben jullie te maken
Met de Eeuwige, God van Jisraël?
Want de Eeuwige heeft
Van de Jordaan
Een grens tussen ons en jullie gemaakt
Jullie kinderen van Reuben
En kinderen van Gad
Jullie hebben geen deel aan de Eeuwige
Zo zullen jullie kinderen
Er voor zorgen dat onze kinderen
Niet langer de Eeuwige zullen vrezen
Toen zeiden we:
Laten we ons voorbereiden
Een altaar voor onszelf bouwen
Niet voor brandoffers
Noch voor offers
Maar dat het een getuige mag zijn
Tussen ons en jullie
En tussen onze generatie na ons
Zodat we de dienst van de Eeuwige
Voor Hem kunnen doen
Met onze brandoffers
En offers
En vredesoffers
Zodat jullie kinderen niet zullen zeggen
In de tijd die komt:
Jullie maken geen deel uit van de Eeuwige
Toen zeiden we:
Het zal zijn wanneer we zeggen:
Zie de replica van het altaar van de Eeuwige
Dat onze vaders gemaakt hebben
Niet voor brandoffers
Niet voor offers
Maar als een getuige tussen ons en jullie
Verre is het van ons
Dat we tegen de Eeuwige in opstand zouden komen
En ons vandaag van de Eeuwige zouden afwenden
Om een altaar te bouwen
Voor brandoffers, meeloffers of offers
Naast het altaar van de Eeuwige, onze God
Dat voor Zijn tabernakel staat
En Pinchas, de priester
En de vorsten van de gemeenschap
En de hoofden van duizenden van Jisraël
Die bij hun waren
Hoorden de woorden
Die de kinderen van Reuben
En de kinderen van Gad
En de kinderen van Menashe spraken
En ze waren tevreden
En Pinchas, de zoon van Eleazer de priester
Zei tegen de kinderen van Reuben
En de kinderen van Gad
En de kinderen van Menashe:
Vandaag weten we dat de Eeuwige in ons midden is
En dat jullie dit verraad niet hebben gepleegd
Dan hebben jullie
De kinderen van Jisraël gered
Uit de hand van de Eeuwige
Pinchas, de zoon van Eleazar de priester
En de vorsten keerden terug
Van de kinderen van Reuben
En van de kinderen van Gad
Van het land van Gilead
Naar het land van Kanaän
Naar de kinderen van Jisraël
En vertelden hen wat er gebeurd was
En het deed de kinderen van Jisraël genoegen
En de kinderen van Jisraël prezen de Eeuwige
En zij hadden niet de bedoeling
Tegen hen ten strijde te trekken
Om het land waarin de kinderen van Reuben
En de kinderen van Gad woonden
Te vernietigen
En de kinderen van Reuben
En de kinderen van Gad
Noemden het altaar:
Want het is een getuige
Tussen ons
Dat de Eeuwige God is
(eigen vertaling)

Dat liep gelukkig met een sisser af
Maar het heeft wel iets kleinburgerlijks
Je hoort de kinderen van Jisraël zeggen
En ziet ze met hun vinger wijzen:
De kinderen van Reuben
En de kinderen van Gad
Half Menashe
Hebben een altaar gebouwd
Nu gaan ze offeren
En dan wordt de Eeuwige boos
Moeten we het allemaal bezuren
De uitleg van de kinderen van Reuben
En de kinderen van Gad is echter meesterlijk:
Facts on the ground
Zoals ze dat in Israël noemen
Dit altaar herinnert jullie eraan
Dat we broeders zijn
Al wonen we aan de andere kant van de Jordaan

Het is verrukkelijk weer
Al schijnt de zon niet erg zichtbaar
De wilde bloemen
Die ik twee weken geleden gezaaid heb
Beginnen op te komen
Vandaag heb ik bakken vol
Eetbare bloemen gezaaid
En weet natuurlijk straks niet
Wat wel en wat niet gegeten kan worden
Maar dat mag de pret niet drukken
Dat leer je vanzelf
Als je dood neervalt

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, let-it-blossem-let-it-grow-story


Posted in @home, kunst, literatuur, Own Art | Tagged , , , , | Leave a comment

Kom niet in opstand

En de kinderen van Jisraël stuurden
Naar de kinderen van Ruben
En de kinderen van Gad
En naar half de stam van Menashe
Naar het land van Gilead
Pinchas, de zoon van Eleazar, de priester
En met hem tien vorsten
Eén vorst van een vaderlijk huis
Van elk van de stammen van Jisraël
En ze waren elk het hoofd
Van het huis van hun vaders
Onder de duizenden van Jisraël
En zij kwamen bij de kinderen van Ruben
En de kinderen van Gad
En bij half de stam van Menashe
In het land van Gilead
En ze spraken met hen
Ze zeiden:
Zo zei de hele gemeenschap van de Eeuwige:
Wat is dit voor verraad
Dat je tegen de God van Jisraël
Hebt gepleegd
Om je deze dag af te wenden
Van het volgen van de Eeuwige
Doordat jullie een altaar hebben gebouwd
Om vandaag tegen de Eeuwige in opstand te komen
Is de ongerechtigheid van Peor
Soms te weinig voor ons
Waarvan we tot op de dag van vandaag
Nog niet verschoond zijn
En er was een plaag in de gemeenschap van de Eeuwige
En je zult je op deze dag
Afwenden van het volgen van de Eeuwige?
En omdat jullie vandaag in opstand komen
Tegen de Eeuwige
Zal Hij morgen boos zijn
Op de hele gemeente van Jisraël
Maar als het land van jullie bezit onrein is
Ga dan verder naar het land in bezit van de Eeuwige
Waar de tabernakel van de Eeuwige verblijft
En neem bezit onder ons
Maar kom niet in opstand tegen de Eeuwige
Noch tegen ons
Door een altaar te bouwen
Naast het altaar van de Eeuwige, onze God
Heeft Achan, de zoon van Tzerah
Geen overtreding begaan
Met het gewijde voorwerp
En toen viel de toorn op de hele gemeenschap van Jisraël
En die man werd niet alleen omgebracht
In zijn ongerechtigheid
(eigen vertaling)

Het gedonder in de glazen is inderdaad begonnen
Nóg een altaar
Naast het officiële altaar van de Eeuwige in Shiloh?
Ondenkbaar!
Dus de gehele gemeenschap komt op de been
Om de kinderen van Ruben, Gad en half Menashe
Weer op het juiste pad te brengen
Want ze weten dat als de woede van de Eeuwige
Eenmaal gewekt is
Is de hele goegemeente er de dupe van

Het is vrijdagochtend
Vlug, vlug, vlug
Stofzuiger door het huis
Dweilen
Douchen
Shaven
Boodschappen
Schrijven
Het huis is schoon
De koelkast vol
En de portemonnee leeg
Er komt een berichtje binnen
Of ik bij een leuke vrouw
Van keramiekles een bakkie kom doen
Maar ik ben niet van de bakkies
Ik hou van thee
In een glas
En op vrijdag is er gewoon geen ruimte
Zo vlak voor shabbat
Ik ben bovendien niet van
Op visite
Ik heb het op mijn manier
Altijd druk

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, sorry-not-sorry-story



Posted in @home, @Work, keramiek freak, kunst, literatuur, Own Art | Tagged , , , , | Leave a comment

Heb lief

Toen riep Joshua de Rubenieten
En de Gadieten
En de halve stam van Menashe bijeen
En hij zei tegen hen:
Jullie hebben je aan alles gehouden
Wat Moshé, de dienaar van de Eeuwige
Je heeft opgedragen
En jullie hebben mij gehoorzaamd
In alles dat ik jullie heb bevolen
Jullie hebben je broeders niet in de steek gelaten
Al die vele dagen tot op deze dag
Maar jullie hebben
De opdracht van de Eeuwige, je God
Nageleefd
En nu heeft de Eeuwige, je God
Rust gegeven aan je broeders
Zoals Hij tegen hen sprak
Keer nu terug
En ga naar je woningen
Naar het land van je bezit
Dat Moshé, de dienaar van de Eeuwige
Je heeft gegeven
Aan de andere kant van de Jordaan
Let er alleen op om het gebod
En de Torah te volgen
Die Moshé, de dienaar van de Eeuwige
Je opgedragen heeft
Om de Eeuwige, je God
Lief te hebben
En al Zijn wegen te bewandelen
En je aan Zijn geboden te houden
En aan Hem vast te houden
En Hem te dienen
Met heel je hart
En met heel je ziel
En Joshua zegende hen
En stuurde ze weg
En ze gingen naar hun tenten
En aan de halve stam van Menashe
Had Moshé hun erfdeel gegeven
In Bashan
Maar de andere helft
Verdeelde Joshua onder hun broeders
Aan deze kant van de Jordaan
Naar het westen
En ook toen Joshua hen
Naar hun woningen stuurde
Zegende hij hen
En hij zei tegen hen:
Keer met veel rijkdom terug
Naar jullie woningen
En met veel vee
Met zilver en met goud
Met koper en met ijzer
En met heel veel kleding
Verdeel de buit van je vijanden
Met je broeders
En de kinderen van Ruben
En de kinderen van Gad
En de halve stam van Menashe
Keerden terug
En verlieten de kinderen van Jisraël
Trokken uit Shiloh weg
Wat in het land van Kanaän ligt
Om naar het land van Gilead te gaan
Naar het land van hun eigendom
Waar zij bezit van hadden genomen
Volgens het woorden van de Eeuwige
Via Moshé
En ze kwamen in de omstreken van de Jordaan
Die in het land van Kanaän liggen
En de kinderen van Ruben
En de kinderen van Gad
En de halve stam van Menashe
Bouwden een altaar
Daar bij de Jordaan
Een groot altaar
Om tegenop te kijken
En de kinderen van Jisraël
Hoorden zeggen:
Let op
De kinderen van Ruben
En de kinderen van Gad
En de halve stam van Menashe
Hebben een altaar gebouwd
Tegenover het land van Kanaän
In de omstreken van de Jordaan
Aan de kant van de kinderen van Jisraël
En toen de kinderen van Jisraël
Hiervan hoorden
Verzamelde de hele gemeenschap
Van de kinderen van Jisraël zich in Shilo
Om tegen hen ten strijde te trekken
(eigen vertaling)

Nou, de krijgers
De mannen van oorlog
Worden nog niet naar huis gestuurd
Of het gedonder in de glazen begint al
Veel rust kennen de kinderen van Jisraël niet

Voor mijn 72-jarige wietvriendin
Die visioenen heeft over een relatie
Die haar beloofd is
Als ze maar geduld heeft
En nu denkt dat het een oude vriend is
Lang verloren
Waar ze opeens aan moest denken
En vorige week vast afscheid van mij kwam nemen
Zet ik het nog een keer op een rijtje
Ga niet wachten
Zoals je deed toen je jong was
En de belofte voor het eerst hoorde
Zorg dat je veilig bent
Laat niet je hele boel achter
Zonder een veilige plek voor jezelf te hebben
Waar je naar terug kunt keren
Het is nog niet zover
Dus je hoeft geen afscheid te nemen
Ja maar, uit liefde
Ze wil me beschermen
Ze hoeft me niet te beschermen
Zo gaat het in het leven
Ik heb dat vaak gedaan
Afscheid genomen van mensen
Die me lief zijn
Over de hele wereld
Maar houd er rekening mee
Dat je misschien
Nu je het zo leuk hebt in onze vriendschap
Dat de saboteur
Waar je het vaak over hebt
Aan het babbelen is
Ze herkent hem in alle hoedanigheden:
Ik wil wel, maar het zal wel niet lukken
Ik wil wel, maar…
Dat die nu misschien aan het zeuren is
Aan haar hoofd
Misschien is onze vriendschap wel te leuk
Moet ze daarom afscheid nemen?
Staat ze het zichzelf niet toe
Om gewoon plezier te hebben?
Ik hoor veel antwoorden
In mijn hoofd zijn het excuses
Waarheden
Ik neem niets van haar waarheid af
Uit bescherming van mij
Om mij vast voor te bereiden op verdriet
Om duidelijk te maken dat
Dat het anders gaat worden
Al blijft de vriendschap natuurlijk bestaan
Ik probeer haar te vertellen
Dat er misschien een diepere laag is
Kijk er eens naar

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, true-truth-story


Posted in @home, Bonje in het bejaardenhuis, kunst, literatuur, Own Art | Tagged , , , | Leave a comment

Alles kwam tot stand

En aan de kinderen van Gershon
Van de families van de Levieten
Werd van de halve stam van Menashe
De vluchtstad voor de moordenaar gegeven
Golan in Bashan
En het omringend open land
En Beështerah
Met het omringende open land
Twee steden
En van de stam van Issachar
Kishion en het omringende open land
En Dobrath en het omringende open land
Jarmuth en het omringende open land
Ein Ganniem en het omringende open land
Vier steden
En van de stam van Asher
Mishal en het omringende open land
‘Abdon en het omringende open land
Chelkat en het omringende open land
En Rechov met het omringende open land
Vier steden
En van de stam Naftali
De vluchtstad voor de moordenaar
Kedesh in Galilea en het omringende open land
En Chamoth Dor met het omringende open land
En Kartan met het omringende open land
Drie steden
Alle steden van de Gershonieten volgens hun families
Waren dertien steden met het omringende open land
En aan de families
Van de kinderen van Merari
De rest van de Levieten
Werd van de stam van Zebulun
Jokneam gegeven en het omringende open land
Kartah met het omringende open land
Dimnah met het omringende open land
Nachalal en het omringende open land
Vier steden
En van de stam van Gad
Was de vluchtstad voor de moordenaar
Ramoth in Gilead met het omringende open land
En Machanaim met het omringende open land
Cheshbon met het omringende open land
Jazer met het omringende open land
Vier steden
Al deze steden waren voor de kinderen van Merari
Volgens hun families
Degenen die overbleven
Van de families van de Levieten
En hun lot was twaalf steden
Alle steden te midden van het bezit
Van de kinderen van Jisraël
Waren achtenveertig steden
Met het omringende open land
Deze steden zullen voor de Levieten zijn
Elke stad en het omringende open land
Zo zal het zijn voor al deze steden
En de Eeuwige gaf aan Jisraël
Het volledige land
Dat hij gezworen had
Aan hun vaders te geven
En zij erfden het
En woonden er in
En de Eeuwige gaf hun rondom rust
Volgens alles dat Hij hun vaders gezworen had
En geen enkele man
Van hun vijanden stond tegenover hen
De Eeuwige leverde al hun vijanden
In hun handen uit
Niets ontbrak er van al het goede
Waar de Eeuwige over gesproken had
Tot het huis van Jisraël
Alles kwam tot stand
(eigen vertaling)

Nu dan klaar?
Ik had weer te vroeg gejuicht vorige keer
Want toen kwam de verdeling voor de Levieten nog
Dat is nu ook achter de rug
Vrede en rust rondom de kinderen van Jisraël
Benieuwd hoe lang dat duurt

Nou, met schaamrood op de kaken
Vertellen dan maar
Bij mij komt niets tot stand
Mijn ingewikkelde kleitoestand
Meegenomen naar keramiekles
Heel aangekomen
Prachtig, prachtig, prachtig
Iedereen bewonderde het
Maar ik zag het onder mijn ogen
Scheef zakken, afbreken en verpulveren
In de oven drogen
Snelde de lerares te hulp
Maar ik zag hoe krakkemikkig
Het hele zooitje aan elkaar hing
Dus…
In elkaar gestampt
Straks nog een keer proberen?
Iets anders?
Ik ga nu wel van de ene mislukking naar de andere
Dat werkt niet echt motiverend

Morgen meer

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, tot-klei-zult-u-etc.-story


Posted in @Work, kunst, literatuur, Own Art | Tagged , , , , | Leave a comment