Kom eten

U bent rechtvaardig
Oh Eeuwige
Wanneer ik met U twist
Maar ik wil toch
Rechtszaken met U voeren
Waarom slaagt de weg
Van de goddelozen?
Allen die verraad plegen
Hebben rust?
U heeft hen geplant
Ze zijn geworteld
Ze hebben fruit gedragen
U bent dichtbij
In hun mond
Maar ver
Van hun nieren
[gedachten]
Maar U, oh Eeuwige
Kent mij
U ziet mij
En U beproeft mijn hart  
Trek hen weg
Als schapen naar de slacht
En heilig hen
Voor de dag van het doden
Hoe lang zal het land rouwen?
En het gras
Van heel het veld verdorren?
Door het kwaad
Van de bewoners
Zijn beesten en vogels
Weggenomen
Want ze zeggen:
Hij zal ons einde niet zien
Want als je met voetgangers
Hebt gerend
En ze hebben je vermoeid
Hoe wil je dan strijden
Met paarden?
En in een vredig land
Waarop je vertrouwt
Hoe zal het met je gaan
In de glorie
Van de Jordaan?
Want ook je broers
En het huishouden
Van je vader
Ook zij hebben
Trouweloos tegen je gehandeld
Ook zij riepen op volle sterkte
Achter je aan
Geloof ze niet
Al spreken ze goed
Tegen je
Ik heb Mijn huis verlaten
Mijn erfdeel opgegeven
Ik heb de geliefde
Van Mijn ziel
[Jisraël]
Uitgeleverd in de hand
Van haar vijanden
Mijn erfdeel was voor Mij
Als een leeuw in het woud
Ze verhief haar stem
Tegen Mij
Daarom haatte Ik haar
Is Mijn erfdeel
Voor Mij
Een vreemde vogel?
[Jisraël]
Zijn er vogels
Om haar heen?
[die haar haten]
Ga, verzamel alle beesten
Van het veld
Kom eten
Vele herders hebben
Mijn wijngaard verwoest
Ze hebben Mijn veld vertrapt
Ze hebben Mijn begeerde veld
Tot een woestenij gemaakt
Hij heeft het
Tot een woestenij gemaakt
De woestenij is over Mij gekomen
Heel het land is verwoest
Want niemand
Neemt het ter harte
Op alle hellingen
Van de woestijn
Zijn plunderaars gekomen
Want het zwaard
Van de Eeuwige verslindt
Van het ene eind
Van het land
Naar het andere eind
Van het land
Er is geen vrede
Voor enig vlees
Ze zaaiden tarwe
En oogstten doornen
Ze werden ziek
Zonder dat het hielp
Ze werden beschaamd
Door je opbrengst
Vanwege de brandende toorn
Van de Eeuwige
Zo zegt de Eeuwige:
Over al Mijn
Kwaadaardige buren
Die het erfdeel aanraken
Dat Ik heb laten erven
Door Mijn volk, Jisraël
Zie, Ik zal hen
Uit hun land rukken
En het huis van Judah
Zal Ik uit hun midden rukken
En het zal gebeuren
Nadat Ik hen heb weggerukt
Zal Ik terugkeren
En barmhartig voor hen zijn
En Ik zal ze terugbrengen
[elk volk]
Ieder naar zijn erfdeel
En ieder naar zijn land
En het zal zijn
Als ze de wegen
Van Mijn volk leren
Om bij Mijn naam te zweren:
Zo waar de Eeuwige leeft
Zoals ze Mijn volk leerden
Om bij Ba’al te zweren
Zullen ze worden opgebouwd
In het midden
Van Mijn volk
En als ze niet zullen horen
Dan zal ik dat volk wegrukken
Uitrukken en vernietigen
Zegt de Eeuwige
(eigen vertaling)

De Eeuwige is weer niet mals
Al zal Hij Zijn barmhartigheid
Uiteindelijk tonen

Mijn huis is gepoetst
Nu nog beslissen
Of we naar Zandvoort gaan
Met dit armoedige weer
Of dat ik toch naar mijn ouders ga
Om daar samen te zijn
En te lunchen
Het is dan de eerste dag
Van Rosh Hashana
Het Joods Nieuwjaar
Wanneer de poorten zich gaan sluiten
En beslist zal worden
Wie er zal worden opgeschreven
In het boek van leven
Het is ook de dag
Dat die leuke man
Uit de caravan
Het huis gaat bezichtigen
Waar hij op 1 staat
En dat dus in principe voor hem is
Oi va voi
Moge het een goed
En zoet nieuw jaar worden

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, verheug-me-op-appeltje-met-honing-story



This entry was posted in @home, @Work, kunst, literatuur, Own Art and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.