Maar er is geen vrede

Op dat moment
Zegt de Eeuwige
Zullen ze
[de Chaldeeën]
De botten
Van de koningen
Van Judah
Eruit halen
En de botten
Van zijn prinsen
En de botten
Van de priesters
En de botten
Van de profeten
En de botten
Van de inwoners
Van Jeruzalem
Uit hun graven
En ze spreiden ze uit
Voor de zon
En voor de maan
En voor de gehele legermacht
Van de hemel
Waar ze van hielden
En die ze dienden
En die ze volgden
En die ze zochten
En voor wie ze
Zich neerbogen
Ze zullen niet
Verzameld worden
En niet begraven
Ze zullen mest
Op de oppervlakte
Van de aarde zijn
En de dood zal
Verkozen worden
Boven het leven
Door heel het restant
Dat overblijft
Van deze slechte familie
In alle plaatsen
Waarheen Ik hen
Verdreven heb
Zegt de Eeuwige
Van de legermachten
En je zult tegen ze zeggen:
Zo zegt de Eeuwige:
Zullen ze vallen
En niet opstaan?
Als hij zich betert
Zal Hij dan niet
Terugkeren?
Waarom heeft dit volk
Jeruzalem
Zich afgekeerd
In een eeuwige dwaling?
Ze hebben zich vastgehouden
Aan bedrog
En ze weigeren
Boete te doen
Ik heb geluisterd
En gehoord
Ze spreken geen recht
Niemand heeft berouw
Over zijn kwaad
Ze zeggen:
Wat heb ik gedaan?
Ieder keert terug
Naar zijn eigen koers
Als een hijgend paard
Dat zich roekeloos
In de strijd werpt
Zelfs de ooievaar
In de hemel
Kent haar seizoenen
En de tortelduiven
En de zwaluw
En de kraanvogel
Houden zich aan de tijd
Van hun komst
Maar Mijn volk
Weet de gerechtigheid
Van de Eeuwige niet
Hoe kunnen jullie zeggen:
We zijn wijs
En de wet van de Eeuwige
Is met ons?
Waarlijk, zie
Het is een leugen
De leugenachtige pen
Van schriftgeleerden
Wijze mannen
Schaamden zich
Ze waren verslagen
En gevangen
Zie, ze verwierpen
Het woord van de Eeuwige
Nu, wat voor wijsheid
Hebben zij?
Daarom zal ik hun vrouwen
Aan anderen geven
Hun velden
Aan zij die ze bezitten
Want van de kleinste
Tot de grootste
Plegen ze allemaal roof
Van profeet tot priester
Ze handelen allemaal vals
En ze genazen
De breuk van Mijn volk
Oppervlakkig
Ze zeiden:
Vrede, vrede
Maar er is geen vrede
Ze zullen beschaamd worden
Omdat ze gruwelen
Hebben gepleegd
Ze schamen zich niet
En ze weten niet
Hoe schande voelt
Daarom zullen ze
Vallen onder de gevallenen
Op het moment
Dat Ik hen heb bezocht
Zullen ze struikelen
Zegt de Eeuwige
(eigen vertaling)

Het ziet er niet mooi uit
Voor de familie van Judah
En de inwoners van Jeruzalem
De Eeuwige zal niet mild zijn
In zijn oordeel
Dood, verderf en schaamte
Zal er over hen worden uitgestort
Ze zullen struikelen
En vallen onder de gevallenen

De Hoge feestdagen komen er aan
De dagen waarin bepaald wordt
Wie zal leven
En wie zal vallen
Onder de gevallenen
Mijn vader is ook bijna jarig
Hij wordt 86!
Ik moet mijn huis gaan poetsen
En appeltjes met honing organiseren
Voor mijn ouders
Als ze hierheen komen
Om mijn vaders verjaardag te vieren
Mijn moeder was heel stellig:
We komen naar jou toe
Want dat vinden we leuk!
In het land van mijn hart
Zingt die mooie rooie
Een lied voor me op zijn ukelele
Maar er is geen vrede

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, one-love-story


This entry was posted in @home, kunst, Land van mijn Hart, literatuur, Mooie Rooie, Own Art and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.