Het geluid van blijdschap

Vanaf de dag
Dat jullie vaders
Uit het land van Egypte
Zijn voort gegaan
Tot aan deze dag
Stuurde Ik jullie
Al Mijn dienaren de profeten
Stuurde hen dag na dag
Bij elke vroege ochtend
Maar ze luisterden niet naar Mij
En neigden hun oor niet
Maar verhardden hun nek
Ze deden erger
Dan hun vaders
En wanneer je
Al deze woorden spreekt
Tegen hen
En ze zullen niet luisteren
Naar je
En je roept hen
En ze zullen je niet antwoorden
Zeg dan tegen hen:
Dit is het volk
Dat de stem van de Eeuwige
Hun God
Niet hoorde
En geen vermaning
Heeft aangenomen
Uit hun mond
Is de trouw verdwenen
Ja, uitgeroeid!
Scheer je diadeem af
[ruk je haren uit,
leg je macht af]
En werp het weg
Laat een klaaglied klinken
Over de heuvels
Want de Eeuwige
Heeft de generatie
Van Zijn toorn
Verworpen en verlaten
Want de zonen van Judah
Hebben gedaan
Wat kwaad is in Mijn ogen
Zegt de Eeuwige
Ze plaatsten hun gruwelen
In het huis
Waarover Mijn naam
Is uitgeroepen
Om het te verontreinigen
En ze hebben
De hoge plaatsen
Van Tofet gebouwd
Die in het dal van Ben Hinnom zijn
Om hun zonen
En dochters
Te verbranden met vuur
Wat Ik niet heb geboden
En wat niet
In Mijn hart is opgekomen
Daarom, zie
Dagen komen
Zegt de Eeuwige
Dat het niet langer
Tofet wordt genoemd
Of de Vallei van Ben Hinnom
Maar het Dal van Slachting
En ze zullen
In Tofet worden begraven
Omdat er geen plaats meer is
En de lijken van dit volk
Zullen voedsel
Voor de vogels
Van de hemel zijn
En voor de beesten
Van het land
En niemand zal hen
Schrik aanjagen
En Ik zal het stoppen
In de steden
Van Judah
En uit de straten
Van Jeruzalem
Het geluid van vreugde
En het geluid van blijdschap
De stem van de bruidegom
En de stem van de bruid
Want het land
Zal een woestenij zijn

God is razend
Nooit meer vreugde
Nooit meer blijdschap
Nooit meer bruid en bruidegom
Het geluid van de toekomst
In de steden van Judah
En de straten van Jeruzalem
Dit volk heeft zijn eigen
Zonen en dochters geofferd
God zal ze tot verwoesting brengen

Gisteren nog een nachtje
Op mijn bank geslapen
Vandaag is hij over
Naar zijn mobiele huis
Er liggen nog tassen
Maar die worden morgen gehaald
Op de fotoclub
Liet ik een reportage zien
Over zijn dakloosheid
Toen ik de foto’s maakte was ik koel
Maar toen ik ze zag
Op het scherm in de klas
Toen moest ik huilen
Je hart breekt
Voor de man op mijn bank
Iemand zei ooit:
Een goede fotograaf
Heeft een koel oog
En een warm hart
Moge het goed met hem gaan
Nu hij in zijn eigen caravan
Is geklommen

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, slice-of-life-story


This entry was posted in @home, @Work, kunst, literatuur, Own Art and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.