Maak geen einde

Doorkruis de straten
Van Jeruzalem
En zie toch
En weet
Zoek op haar pleinen
Of je een man zult vinden
Of er één is
Die recht doet
Die geloof zoekt
En Ik zal haar vergeven
[Jeruzalem]
En als ze zeggen:
Zo waar de Eeuwige leeft
Zullen zij zeker
Vals zweren
Oh Eeuwige
Zijn Uw ogen
Niet op geloof gericht?
U heeft hen neergeslagen
Maar zij voelden geen pijn
U heeft hen verteerd
Maar zij weigerden correctie
Hun gezichten
Harder dan een rots
Ze weigerden terug te keren
En ik zei:
Maar ze zijn arm
Ze zijn dwaas geworden
Want er is geen kennis
Van de weg van de Eeuwige
Het oordeel van hun God
Ik zal naar de groten gaan
[leiders]
En met hen spreken
Want zij kennen de weg
Van de Eeuwige
Het oordeel van hun God
Maar ook zij hebben samen
Het juk gebroken
De banden verscheurd
Daarom zal een leeuw
Uit het woud
Hen verslaan
Een wolf uit de woestijn
Zal hen plunderen
Een luipaard loert
Op hun steden
Iedereen die eruit komt
Zal verscheurd worden
Want hun overtredingen
Zijn talrijk
Hun terugvallen
Is toegenomen
Hoe zal Ik dit vergeven?
Je kinderen
Hebben Mij verlaten
En gezworen bij niet-goden
Ik heb hen verzadigd
En ze pleegden overspel
En ze verzamelden zich
In het huis van een hoer
Als wellustige hengsten
Stonden ze vroeg op
Ze hinnikten
Ieder van hen
Naar de vrouw van hun vriend
Zal Ik hier niet voor straffen?
Zegt de Eeuwige
Of voor een volk zoals dit
Zal Mijn ziel
Zich niet wreken?
Klim op haar muren
En vernietig
Maar maak geen
Volledig einde
Verwijder haar wortelen
Want zij zijn niet
Van de Eeuwige
Want het huis van Jisraël
En het huis van Judah
Hebben Mij verraden
Zegt de Eeuwige
Ze ontkenden de Eeuwige
En zeiden:
Hij is het niet
En geen kwaad
Zal over ons komen
Zwaard en honger
Zullen wij niet zien
De profeten zullen
Als de wind zijn
En het woord
Is niet van hen
Zo zal het hen vergaan
Daarom
Zo zegt de Eeuwige
God van de legermachten
Omdat jullie dit woord
Hebben gesproken
Zie, Ik leg Mijn woorden
In jullie mond
Als vuur
En dit volk is als hout
En het zal hen verslinden
Zie ik breng over jullie
Een volk van ver
Oh, huis van Jisraël
Zegt de Eeuwige
Een machtig volk
Een oud volk
Een volk wier taal
Je niet zult kennen
En je zult niet begrijpen
Wat hij zegt
Zijn pijlenkoker
Is als een open graf
Allen van hen
Zijn strijders
En hij zal je oogst
En je brood verslinden
Ze zullen je zonen
En je dochters verslinden
Hij zal je schapen
En je runderen verslinden
Hij zal je wijnstok
En je vijgenboom
Verslinden
Hij zal je versterkte steden
Waar je op rekent
Verarmen met het zwaard
Maar ook in die dagen
Zegt de Eeuwige
Zal Ik geen einde
Aan je maken
(eigen vertaling)

De toorn van de Eeuwige
Zal huid en haar verslinden
Van de kinderen van Jisraël
En toch is er met al die rampspoed
Ook een glimmertje hoop
Hij zal hen niet volledig uitroeien
Er zal geen voltooid einde zijn

Hij heeft weer een nieuw plan
Midden in de nacht
Word ik er drie keer voor
Uit mijn bed gehaald
En vandaag ben ik moe
Uitgeput van al zijn toestanden
De afgelopen twee weken
Hij gaat zijn caravan terughalen
Dan zet hij hem op de parkeerplaats
Onder mijn huis
Dan kan hij daar verder wachten
Totdat hij eindelijk een huis heeft
Hij is meteen een stuiterbal
Ziet zijn mogelijkheden
En stort zich in het volgende avontuur
Maar vanavond
En de komende week
Is het nog bij mij op de bank
Ik hoop dat ik vannacht
Beetje kan slapen

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, make-the-best-of-it-story

This entry was posted in @home, @Work, kunst, literatuur, Own Art and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.