Hier zijn we

Erken slechts je ongerechtigheid
Want je bent tegen de Eeuwige
Je God
In opstand gekomen
En je hebt je wegen
Naar vreemden verspreid
Onder elke fris groene boom
En je luisterde niet
Naar Mijn stem
Zegt de Eeuwige
Keer terug
Afvallige kinderen
Zegt de Eeuwige
Want Ik ben je Meester
En Ik zal jullie tot Mij nemen
Eén uit een stad
En twee uit een familie
En Ik zal jullie
Naar Tzion brengen
En Ik zal jullie herders geven
Naar Mijn hart
En ze zullen je voeden
Met kennis en inzicht
En het zal gebeuren
Wanneer jullie je vermenigvuldigen
En vruchtbaar zijn in het land
In die dagen
[als de mashiach komt]
Zegt de Eeuwige
Zullen ze niet langer zeggen:
De ark van het verbond
Met de Eeuwige
Noch zal die
In gedachten komen
Evenmin zullen ze het opmerken
Noch zullen ze het herinneren
Noch zal het worden gemaakt
In die tijd zullen ze Jeruzalem
De Troon van de Eeuwige noemen
En alle volkeren
Zullen er samenkomen
In de naam van de Eeuwige
Naar Jeruzalem
En ze zullen niet langer
Het idee volgen
Van hun kwade hart
[afgoderij]
In die dagen
Zal het huis van Judah
Samen gaan
Met het huis van Jisraël
En ze zullen samenkomen
Uit het noordelijk land
Naar het land
Dat Ik jullie voorvaderen
Heb laten erven
En Ik zei:
Hoe zal Ik jullie plaatsen
Onder de zonen?
En Ik zal je
Begeerlijk land geven
Een erfenis van de schoonheid
Van de veelheid van volkeren
En Ik zei noem Mij:
Mijn vader
En keer je niet af
Van het volgen van Mij
Waarlijk, zoals een vrouw
Haar geliefde verraad
Zo heb je Mij verraden
Oh huis van Jisraël
Zegt de Eeuwige
Een stem van de hoogten
Wordt gehoord
Het huilen van de smeekbeden
Van de kinderen van Jisraël
Want zij zijn
Van hun weg afgeweken
Ze vergaten de Eeuwige
Hun God
Keer terug
Afvallige kinderen
Ik zal je afvalligheid genezen
Hier zijn we
Wij zijn naar U gekomen
Want U bent de Eeuwige
Onze God
Waarlijk tevergeefs
Hebben we hulp verwacht
Uit de heuvels
En uit de veelheid van bergen
[afgoden]
Maar bij de Eeuwige
Onze God
Ligt Jisraëls redding
En het schandelijke
Heeft het zwoegen
Van onze vaders verteerd
Sinds onze jeugd
Hun kudden en hun vee
Hun zonen en hun dochters
Wij liggen in onze schaamte
Onze schande bedekt ons
Want we hebben
Tegen de Eeuwige gezondigd
Onze God
Wij en onze vaders
Vanaf onze jeugd
Tot op deze dag
En we luisterden niet
Naar de stem
Van de Eeuwige
Onze God
(eigen vertaling)

Ondanks de grote vergrijpen
Van de kinderen van Jisraël
Zullen er betere tijden komen
Zegt de Eeuwige
Het huis van Judah en Jisraël
Zullen samen gaan
En ze zullen leraren krijgen
Die inzicht en begrip zullen brengen
Kennis als grootste goed
En alle andere verwennerijen
Waarmee de Eeuwige
Zijn volk gaat verblijden

Hier zijn we
Ongeveer
Pittige dagen
Waarin hij veel drinkt
Veel onverwerkte rauwe emotie
Bovenkomt
Hij schreeuwt en tiert
Op de gangen
Op straat
In mijn huis
Gisternacht heeft hij het gips
Van zijn op 3 (!) plaatsen gebroken pols
Met de snoeisnaar eraf gepeuterd
Hij kan er niet meer mee dealen
Die lamme arm
Op mijn bank
Hij heeft er geen ruimte voor
De dokter had hem al gematst
Vijf weken wist hij af te dingen
Volgens hem is de genezing
Na vijf dagen goed
Ik laat het maar
Er is niet tegen aan te kletsen
Er is gelukkig wel hulp
Ze zijn nog harder voor hem
Aan het zoeken
Een tussenoplossing
Totdat hij eindelijk zijn huis krijgt
Ondertussen probeer ik
Het beste ervan te maken
Maar oi, ik ben uitgeput
Zijn gedachten
Zijn woorden
Ze razen maar door
Moge er rust komen
In dat koppie
En mijn huis

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, ptss-story

This entry was posted in @home, @Work, kunst, literatuur, Own Art and tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.