Als een edele wijnstok

Is Jisraël een slaaf?
Is hij een thuis geboren knecht?
Waarom is hij prooi geworden?
Jonge Leeuwen brullen tegen hem
[vijandelijke koningen]
Ze hebben hun stem verheven
En ze hebben zijn land
Tot een woestenij gemaakt
Zijn steden werden verbrand
Zonder inwoners
Ook de kinderen van Nof
En Tachpanches
Zullen je kroon breken
Komt dit niet
Doordat je de Eeuwige
Jouw God
Verliet in de tijd
Dat Hij je op je weg leidde?
En nu?
Wat heb je te maken
Met de weg van Egypte
Om het water
Van de Shichor te drinken?
[de Nijl]
En wat heb je te maken
Met de weg van Assyrië
Om het water
Van de rivier te drinken?
[de Eufraat]
Het kwaad zal je straffen
En je afvalligheid
Zal je terechtwijzen
En je zult weten en zien
Dat het kwaad en bitter is
Om de Eeuwige, je God
Te verlaten
En vrees voor Mij
Was niet bij je
Zegt de Eeuwige
God van de legermachten
Van vroeger af
Heb Ik je juk gebroken
Ik scheurde je ketens open
En je zei:
Ik zal geen
Overtreding begaan
Maar op elke hoge heuvel
[offerplaats]
En onder elke bladrijke boom
Leg je je neer als een prostituee
Toch plantte Ik je
Als een edele wijnstok
Geheel van waarachtig
Onvermengd zaad
Nu, hoe heb je dan
Jezelf veranderd
In een ontaarde
Vreemde wijnstok voor Mij?
Want zelfs als je je zou wassen
Met loog
En veel zeep
Jouw ongerechtigheid
Blijft zichtbaar voor Mij
Zegt de Eeuwige God
Hoe kun je zeggen:
Ik ben niet besmeurd
Ik ben niet
Achter de ba’alim aangegaan
[afgoden]
Kijk naar je weg
In het dal
Weet wat je gedaan hebt
Als een lichtvoetige jonge
Vrouwtjes kameel
Die zich vastklampt
Aan haar wegen
Als een wilde ezelin
Gewend aan de woestijn
Die in haar begeerte
De wind opsnuift
Haar neiging
Als de dieren van de zee
Wie kan haar
Begeerte verhinderen
Allen die haar zoeken
Zullen niet moe worden
In haar maand
[bronstijd]
Zullen ze haar vinden
Weerhoud je voet
Bloot te gaan
En onthoud je keel van dorst
Maar jij zei:
Ik ben wanhopig
Want ik hou
Van vreemden
[afgoden]
En ik zal hen volgen
(eigen vertaling)

De aanklachten van de Eeuwige
Over de lippen van Jeremiah
Zijn niet misselijk
De kinderen van Jisraël
Hebben zich gedragen
Als tochtige wilde beesten
Die achter hun lusten
En aanbidding van afgoden aangaan

Het gaat niet goed met hem
De man op de bank
In het ziekenhuis is een toestand
Hij weet alles beter
Bemoeit zich overal mee
En heeft geen geduld
Begint te vloeken en te tieren
En krijgt een gele kaart
We gaan zonder gips naar huis
Gelukkig zijn er nog wel
Foto’s gemaakt
Creperend van de pijn
Ligt hij op de bank
Pijnstillers wil hij niet
Alcohol is zijn verdoving
Maar hij wordt er agressief van
En de vloeken vliegen om mijn oren
Ik laat hem
De volgende ochtend wordt hij gebeld
Ziekenhuis heeft een afspraak ingepland
Op de gipskamer
Ik ga niet meer mee
Hij komt thuis met gips
Thank God
En hele verhalen
Zijn pols op drie plaatsen gebroken
Maar hij wist er een gebbetje
Van te maken
Thuis, bij mij op de bank
Komt de pijn
Het verdriet
En de ontembare woede
Er sneuvelt van alles
Oi, hoe ik hoop
Dat hij vandaag een betere dag heeft
Maar vooralsnog is het kotsen
En creperen op de bank

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Pascale, betachonli-bevakasha-story


This entry was posted in @home, @Work, kunst, literatuur, Own Art and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.