Zomaar een man: dat weet iedere bitch

300-Op-de-boulevard

De dag er na is gans geen feestje voor deze jongen.
Van liederlijkheid is dan meestal geen sprake, weet ik.
Het is. Het is is dan als het ware.
Van het een komt spoedig het ondoorgrondelijk goed gevulde ander heden.
Had me beetje lam gedronken.
Na heel wat verrukkelijk drinkwaar excelleert mijn metafysisch lichaam nu eenmaal in het uitdrukkingsvermogen.
Daar zijn vele, mij zeer dierbare bezoekers getuigen van en die zijn heus niet allemaal gek.
Ik kan dat prachtig verwoorden, echt hoor, dat manuscript komt er.
Gelijk een contract en tassen pingping mijn kant op.
Dan is het ook afgelopen met de geperste ietwat zure druiven van de buurtsuper.

De meeste mensen kennen dat niet, vliegensvlug met licht gemoed en dito tred heel diep gaan.
De fysieke ik in feite achterlaten, verruilen voor de metamorfe ik, gelijk kristal en opgaan in het niets, daar de samenhang van herkennen. Axioma van de liefde noemt de Hindoetempelier mijn Vesuvius.
Alles is liefde he (citaat van Nietzsche).
Schijterds.
Met een slok op ga ik los. Kan mij niet schelen wat die jongens denken, met mij kun je vanuit de buik diep lachen.
Sommige vrouwen vragen er nu eenmaal reeds om.

Ze was de enige die nog nimmer niet sliep en ik had wel zin in een praatje.
Had bovendien nog wat te melden ook.
Ik stelde een gewone vraag, strikt persoonlijk berichtje, niemand hoefde van ons literair schriftelijk verpozen te weten.
Ze kon vrijuit mijn woorden tot zich nemen.
Stukje interesse van mijn kant.
Ik had immers weldra een geweldig stuk geschreven, op het internet gezet en dan wil je weleens horen hoe dat bij een ander overkomt.
Had verdomme net de moeder van mijn dochter sinds de scheiding van dertig jaar weer ontmoet, een jeugdliefde van me, al die tijd niet gesproken. Het zonnetje straalde.
Dan kan zo’n wijf toch wel even reageren?

Was er echt even goed voor gaan zitten, lekker geil glas erbij, er stond nog een fles, emotioneel loop ik dan over.
Dat wil ik dan best delen met zo’n miep:
‘Hoe hou je je op de been zo diep in de nacht. Mijn procedé ken ik, maar hoe doe jij het,’ vroeg ik.
Dat is pure literatuur die ik weggeef, bekwamer dan de doorsnee openingszin die zoiets heeft van, hoe gaat het met je?
Bovendien kon ik haar ook desgewenst deelgenoot maken van mijn autobiografie, speciaal voor haar opgeformuleerd.
Is ze verdwenen.
Gewoonweg weg.
Zonder iets te zeggen.
Ach ja, ik moet natuurlijk niet beginnen met vragen, dat weet iedere bitch.

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Jan van Strien, Op de boulevard

This entry was posted in kunst, literatuur and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

6 Responses to Zomaar een man: dat weet iedere bitch

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.