Andersom

Je denkt toch niet dat je het over jezelf hebt afgeroepen, peilt de soulsearcher en zet een ander luik open.
De vrouw heeft hem verteld over leegte en angst, haar heupen en haar schoot, over virus, vervorming en baarmoedermond. Maar ook over thema’s van haar leven, blog, kunst en femininity. Hoe wrang. Ze noemt het cynisch. Hoeveel woorden, hoeveel beelden.
De vrouw schudt haar hoofd. Afroepen, schampert ze, alsof het over duivelskunsten gaat. Daar gelooft ze al helemaal niet in en klapt het luik dicht. Het is andersom.
Zoals bij elke goede schrijver. Eerst voelen, dan denken en tenslotte babbelen. Hele verhalen over het diepste van haar zijn.
Hoeveel schilderijen heeft ze er over gemaakt. En blijkbaar nog niet uit verteld.
Al nadert een einde.

Zo praat de vrouw vanuit de verte, via skype met haar mooie denkende vriendin. Vrouw die twintig jaar voor haar de hele boel eruit liet halen.
Tsja, zegt de vriendin, het is rigoureus.
Maar dat wil de vrouw niet. Stel, in het ergste geval, dat het chemo is.
Hoe komt ze in het ziekenhuis, hoe komt ze thuis, wie zorgt er voor haar als ze kotsend de bijverschijnselen uit haar hoofd trekt, boven het afvoerputje van het bad waar ze al lang niet meer zelf in kan stappen.
Ze wil het niet.
Zonder werk, zonder toekomst, zonder geld, zonder voedsel, zonder liefde, zonder kinderen, zonder iemand die van je houdt. Ze wil niet dramatisch doen, maar waarom zou je dat leven rekken.
Dan stapt ze liever de zee in, zoals Virginia Woolf.

De mooie denkende vriendin is het met de vrouw eens. Zij heeft zich sinds de ingreep, toen de medische wereld haar schoot nam voor de grijp, niet meer met het systeem bemoeid. Er worden vaak te veel witte bloedlichaampjes aangetroffen, als haar nieren het weer eens laten afweten en ze creperend van de pijn, zich moet melden voor het vergruizen van haar stenen.
Ze willen haar kakkie, zegt ze, ze willen haar bloed, ze willen haar urine en het liefst ook nog ergens een punctie zetten.
Ze verdomt het.

Maar jij hebt kinderen, zegt de wrede vrouw. Je hebt een grote liefde en lieve vriendinnen die om je geven.
Toch vreest ook zij haar eenzaamheid en heeft zich teruggetrokken uit de wereld van genezing. Haar ziekte is haar geboorte, legt de mooie denkende vriendin uit, daaruit ontstond haar diepste schuld. Ze bestond.
Nu rookt ze en drinkt ze en blowt ze, zuigt ze troost en nipt ze verdoving uit het leven waar ze niet om gevraagd heeft, wel van wil houden, met overgave, met passie en grote bewondering, maar dat haar toch altijd weer het onbestorven weeskind maakt.
Niemand kan zo mooi bewonderen als de mooie denkende vriendin.

Hoe lang heb je, vraagt ze, hoelang kun je het uitstellen om een beslissing te nemen.
Een half jaar, zegt de vrouw.
Oké, zegt de mooie denkende vriendin, probeer het te vergeten, laat het los, niet meer aan denken, ze is moe en grieperig, ze wil gaan slapen maar moet de vrouw toch nog helpen haar blik te verruimen.
Andersom, zegt de vrouw, ze gaat er zo veel en zo vaak aan denken als ze kan.
Over een half jaar zal ze beslissen over het lot van haar schoot.

Jezzebel,
Tussen water en water

Art: Christian Boltanski, Biënnale van Venetië, 2011

This entry was posted in Geen categorie, kunst, literatuur and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

12 Responses to Andersom

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.