Sisels recepten: gasoven geheimen

Sisel hield het half vergane boekje met de beduimelde verboden naam vast, ze aarzelde. Sommige verhalen hebben tijd nodig, die moeten eerst rijpen, dan dien je te wachten totdat de scherpe kantjes eraf zijn, zodat je het rustig en precies kunt vertellen, zonder dat je uitglijdt over tranen die nog geplengd moeten worden. Maar dat is misschien niet helemaal waar, om sommige verhalen blijf je huilen.
Gasoven geheimen. Wenken en recepten voor het gebruik van de ETNA gasoven, uitgave Voorlichtingsdienst van de Gasbedrijven, Jacob de Graefflaan 1, ’s-Gravenhage, een tiende druk uit 1965, Sisels geboortejaar.
Zo deden ze dat vroeger, dacht Sisel terwijl ze bladerde door het boekje. Bij het aangeschafte fornuis kwam de gebruiksaanwijzing met een belangrijk receptenboekje dat zo goed was, dat de huisvrouw het haar hele leven bewaarde en doorgaf aan een kleindochter die net als zij, kookte voor haar leven, voor liefde en aandacht, verwennerij en gezelligheid. Kleindochter die er nog eens naar keek, recepten van haar safta uit het verleden. Tussen boterkoek en zandgebak had safta haar eigen recepten gestoken, losse velletjes en uitgeknipte keukengeheimen uit de damesbladen.

Wie had er nog een gasoven? Iedereen kookte tegenwoordig elektrisch, zelfs als je een gasfornuis bezat, hoefde je de oven niet meer aan te steken, niet te kijken of de vlammen te hoog zijn, niet snel de toevoer dichtdraaien als de vlam onverwachts was uitgegaan, geen open keukendeur om te luchten, geen ontploffing en geen zelfmoord meer in een gasoven. Voor Sisel had het woord een andere betekenis, weerzinwekkend, daar praatte ze niet graag over, vreemde gewoonte die ze van haar moeder en safta heeft overgenomen. Niet te veel over de verschrikkingen en wat er gebeurd was. Bovendien was het haar verhaal niet. Safta en haar gezin hadden niet in de kampen gezeten, het was leed wat hen niet was aangedaan. Voor de buitenwereld hadden ze het goed gehad, mazzel noemde die het soms.
Maar juist daar lag het verdriet van safta en haar gezin. Ze mochten er niet zijn, niet als zichzelf en vaak ook niet als een ander. Sisels moeder had het goed, schattig klein meisje dat je betoveren kon, maar ook zij was getekend, net als het jongste zusje dat nog in 1942 geboren werd, vlak voor de duik. Met de oudste twee kinderen was flink gezeuld, van adres naar adres, waar ze eerst wel en daarna niet meer welkom waren. Safta en haar man, niet te vergeten, er was ook nog een vader die twee kinderen bij een andere vrouw kreeg, tijdens de onderduik, en alle vier de kinderen waren op een bepaalde manier toch uitgevaagd, verdwenen in het potentieel van wie ze hadden kunnen zijn. Dood, al leefden ze nog in verwoeste gezinnen waar de littekens voelbaar waren. Hoe vertel je daar over.

Sisel herinnerde zich hoe haar grootmoeder, gehurkt met een knie op de grond de oven op de bodem aanstak, knop ingedrukt, soms duurde het een paar keer voor het lukte, soms was er een steekvlam. Sisel was bang voor het apparaat. Voor safta was het fornuis, de mixer, de Singer-naaimachine, de kachel in de huiskamer en de televisie haar grootste en enige bezit. Dat waren haar mooiste avonden, met iets zelfgebakken lekkers en een kopje koffie op de bank naar Willem Ruys kijken, of Jos Brink, Wie van de Drie, Een van de acht, ach waar keek ze niet naar. En met Sisel ook naar de verschrikkingen van de holocaust, later in documentaires gevat, ieder apart in haar eigen huis.
Ook Sisels moeder was dol op televisie, glitter en glamour, daar hield ze van, sommige dames van de tv kleedde ze zelf, maar naar ellende keek ze niet. Daar kon ze niet tegen. En zelf bakken deed zij na haar huwelijk al lang niet meer, totdat Sisel de draad weer oppakte en het bakken van haar grootmoeder leerde.

En misschien is het dat wat Sisels moeder haar het meest kwalijk nam. Wroeten in de pijn, noemde ze dat, waarom doe je dat eigenlijk, vroeg ze in Sisels huis in Israël. Eenvoudige plek midden in Tel Aviv die Sisel gelukkig maakte. Haar moeder zag dat niet.
Die dacht dat je geluk kon kopen met een nieuw servies, of een vossenbontje uit de eigen rekken. Voor Sisel ging het om diepste waarheid, voorbij de zoetigheid, iets lekkers, of de schone schijn. Maar wie zag het.

Sisel was één keer in Auschwitz geweest, voor werk, met een overlevende Mengele-tweeling getergd door de pijn en het verdriet, haar zusje was er gestorven. Zelf is ze terug te zien, een jaar of acht, met gebalde vuist bij de bevrijding, tussen het prikkeldraad, op vele foto’s. Mengele experimenteerde op haar. Ze kreeg vloeistof in haar ogen gespoten en niemand weet precies wat er met haar is gebeurd of wat de gevolgen zijn. Al heel jong leerde ze, Mengele had haar nodig, daarin pleegde ze haar verzet. Als hij zus zei, dan deed zij zo. De engel des doods had een keer zijn geduld verloren en haar tegen de muur gesmeten, maar ze bleef volhouden.
Samen met haar dochter had de overlevende vrouw, terwijl Sisel en de camera getuigen waren, in het kamp de kaarsen aangestoken voor shabat. De dochter had zo mooi gezongen, het ging dwars door Sisels ziel, voor de doden, de levenden en de wereld die nog komen zal.
Achttien graden onder nul, hier had ze overleefd, ze heette Vera Kriegel, en de wereld was wat rijker geworden, met haar bestaan.

De recepten hielden Sisel in hun greep, krachtige herinneringen overspoelden haar. Ze was de serie holocaust gaan terugkijken, beelden die ze gedeeld had met haar safta als 13-jarig meisje en niet veel meer van kon herinneren, behalve die ene keer toen safta haar het gebed van een Jood in nood leerde, de aller diepste roep om het hogere.
Dikke tranen en niet meer weten hoe ze verder moest, vertellen van het verhaal, dat zo jammerlijk lijkt bij het grote leed. Sisels moeder had het overleefd, haar safta en Sisel zelf was er ook. Maar het troostte niet.

Later meer

Jezzebel,
Tussen water en water

Cover: gasoven geheimen, ETNA 1965

This entry was posted in kunst, literatuur, Sisels recepten and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

5 Responses to Sisels recepten: gasoven geheimen

  1. Blewbird says:

    Halverwege de zestiger jaren was daar plots het aardgas, dat met man en macht aan de man (en vooral vrouw) gebracht moest. Schoon en minder bewerkelijk dan kolen. Etna heeft daar een grote rol in gespeeld door in grote hoeveelheden betaalbare bakovens en kookplaten te produceren. Voor mij heeft het nog steeds iets van ‘vooruitgang’, mijn vader was er rechtstreeks bij betrokken. In jouw prachtige verhaal wordt het zeer wrang en krijgt het daarmee de nuance die het nodig heeft. Je overtreft jezelf!

  2. Jezzebel says:

    @Blew, dank voor je reactie en de achtergrond. Het is frappant hoe de tijdsgeest, herinneringen van een heel leven, aan de recepten kleven.
    Er komt nog meer.
    .

  3. kitty says:

    Een gasoven. Ik kan me niet herinneren of mijn moeder die ooit gehad heeft, maar mijn vriendin had er nog altijd één tot haar dood, 3 jaar geleden. Ze vond dat ding zo onpraktisch dat ze nog geen zin had er een stokbrood in af te bakken. Ik wist niet beter dan dat een oven start met een draai aan de knop.

  4. Jezzebel says:

    @Kitty, mijn moeder heeft er volgens mij thuis wel een gehad, maar ook ik kan het me niet herinneren.
    Zelf kook ik op gas, dat vind ik het prettigst, maar de oven is inderdaad gewoon elektrisch.
    .

  5. Mique says:

    ik kwam op dit blog doordat ik zocht of iemand anders dit boekje ook had. Ik herinner mij goed dat mijn moeder de gasoven kreeg! Een Etna, ze was er ooo blij mee. En dat boekje? ja dat zat erbij en ze bate er volop uit. Zo ok uit het kookboekje van honig. Ik heb er zoveel goede en warme herinneringen aan…. Niet aan de aardgas, dat dan weer niet

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *