Ik bijt

foto

‘Ik bijt niet,’ zeiden de Braziliaanse meisjes keurig met vuur in hun ogen op Hebreeuwse les. We hadden een prachtige lerares met een vreselijke nasale stem die werkelijk nauwelijks te verdragen was. Maar ik vond het heerlijk met haar te kletsen, ze kon het er zo lekker over hebben, hoe het was als je over de vijftig bent en opeens gescheiden.
‘Ik bijt,’ zei ik terwijl ik haar recht aankeek. In de klas behoorde mijn Hebreeuws tot één van de besten, ik ben gevoelig voor taal en ook deze rare van klanken en vreemde tekens raakte me tot in het diepst van mijn ziel. Daar waar de stilte heerst en alles openbarst.

Mijn mooie denkende vriendin was het ook niet met me eens, ik moest die taal onder de knie krijgen, het was belangrijk, er zat zoveel moois in. Ze wist hoe ik er van hield om verleid te worden. Hoe vaak gaf ze me niet alle dubbele bodems. Maar getal van gekte, elf lange jaren, heb ik geweigerd om meer dan ABC Hebreeuws te spreken, het was me te heilig.
Taal die nooit bedoeld was om in het dagelijks gebruik gebezigd te worden, in het begin van de staat zijn er mensen voor gestorven. Toen de dwarse lieden liever verder wilden in het Jiddisch, toen werden ze opgeblazen. Ik ben zo geschrokken toen ik daar eens goed naar keek.

Jiddisch – of Ladino, maar dat is een ander verhaal – is een taal waarin eeuwen van wijsheid is meegenomen, wijsheid van de straat, van de gewone man, en hij die bloedt, man die zijn hart in gedichten vatte en in huilende klanken de wereld aanbad. Hebreeuws was enkel voor de scholars, taal om in te bidden, taal om met God te spreken, niet om je brood mee te bestellen of de taxichauffeur tot aan de kut van zijn moeder te vervloeken.

Dat was uiteraard mijn zoet excuus. Dat wist zij ook wel, mijn art teacher. En nog steeds, als zij belt dan heeft ze het er over. Ik moet de taal leren, er is iets met die taal.
En ik begrijp niet waarom ze er zo op hamert, ik ben een keer heel boos op haar geworden, toen ik haar uitlegde, hoe arrogant ik het vond. Dat zaligmakende Hebreeuws waar mensen voor stierven waar illegale persen de hemel voor in vlogen, in duizend stukken, midden tussen de andere dagelijkse besognes. Prachtige taal, werkelijk waar, maar ik kon haar niet gebruiken.

Als ik over de Jodenbreestraat loop kijk ik naar het bord van het koshere restaurant, de hoogste graad van zaligmakend rabbinaal verantwoord, in het Hebreeuws. En deze avond zet ik mijn tanden in rauw vlees, of frambozen, dat is hetzelfde.

En ik schreeuw.
Oh God van Israel verhoor mij!

Thuis,
Jezzebel

Art: Eli Gur Arie, Icecream

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

18 Responses to Ik bijt

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.