En met wie doe jij dat nu?

foto

Mag ik nog even in de holte van je oksel schuilen? Voor eeuwig even.
Dit is de langste winter van mijn leven. Tot op mijn botten verkleumd, tranen voor altijd.
Ingebed de dagen, licht vergeten, die al weer korten.
Weet je, ik vloog er vandaan toen je me bracht in het donker, razende februari, storm en regen, koud voor ons, zo ben ik geland, zo is het gebleven, nooit meer ander weer en zelfs de mooie dagen in mei, een doekje voor het bloeden, zoals onze winter, met van die zonnige er tussen, soms.
Het stormt en stort en de dakgoot klettert tot aan de rand gevuld, in het halletje lekkage en op de binnenplaats overstroming, zo treurig, alles.
Ik ben het vergeten, hoe je dat doet, in de stromende regen.
Zoals wij dat daar wel eens vergaten, als de honden er geen brood van lustten, misschien het lekkerst van zo’n winter, cake en koekjes, zolang dat oventje maar loeide en het huis verwarmde, van binnen uit.
Weet je, elke avond zet ik de elektrische deken aan, hartje zomer. Die van jou, toen het winter werd en ik niet langer in je bed wilde slapen. Toen ik het koud kreeg op de logeerkamer en jij me met al je gloeiende liefde verwarmde toen je me verwende, cadeautje bij thuiskomst, toen ik er al niet meer was.
Ik heb nog geen zomerjurkje gedragen en al mijn truien en vesten zijn tot op de draad versleten, er zijn dagen bij dat ik het maar nauwelijks red, soms is het net te hoog gegrepen, alles.
Straks wordt het anders, weer, misschien wel beter.

En met wie doe jij dat nu? Ben je nog wel eens op de rots? En met wie rook je dan je doebie en lach je nog even in de blauwe verte, alsof het je niet raken kan, al die hemelse tranen, pas-in-december-weer.
Meer dan tachtig procent vochtigheid vertelde je, ik verlang er naar, de hitte diep van binnen, klamme ondraaglijkheid, aan de poorten van de hel, morgen niet beter.
En met wie kan ik nu kletsen over de geheimen van het universum, de maan en de sterren, dinosaurusliefde en astronautendromen?
Het stort hier van de regen, zwaar bewolkte hemel, voor altijd gesloten.
En in wiens haren kan ik die bloedrode gloed van morgen zien schijnen?
En wie kan ik eindeloos kushandjes blazen totdat ik je niet meer zie?
En wie slaat zijn armen om me heen en tsjilpt zachtjes in mijn oor?
Waar kan ik het vinden, die gouden stralen diep van binnen?

Toen het zomer werd.

Amsterdam,
Jezzebel

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

29 Responses to En met wie doe jij dat nu?

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.