Als zij niet komt

foto

En de volgende week als we voor de laatste keer het rabanoet binnengaan, kloppen we met moed van wanhopigen op de deur van de rabbijn zijn kantoor.
Hij kijkt ons verbaasd aan, begrijpt niet wat we komen doen. Oh ja, zegt hij. Dat was waar ook. Hadden we het nog niet gehoord? Hij heeft er met collega’s over gesproken en het is hoogst ongebruikelijk, maar niet verboden. Hij, persoonlijk, vroeg zich af of het niet beter was toch een andere datum te kiezen. Een bruiloft is nu eenmaal een vrolijke en gelukkige aangelegenheid dat moest eigenlijk niet vermengd worden met verdriet. Maar dat is zijn persoonlijke mening.

Ik kijk hem uitdagend aan. En ik zeg hem dat hij dat best kan denken. Maar is het niet zo dat er op iedere bruiloft, juist op vrolijke en gelukkige momenten, ook een moment van bezinning is? Dat is toch ook de reden dat we het, in een servet verpakte, glas kapot trappen onder de choepa? Dat staat immers symbool voor de vernietiging van de tempel. Het is toch zo dat we Jeruzalem nooit mogen vergeten, ook niet op zo’n prachtig moment als een bruiloft? Of vergis ik me nu, vraag ik hem nog eens.
Hij kijkt me verbijsterd aan. Ja, dat is zo, geeft hij toe. Het was ook maar zijn persoonlijke mening.
Ik glimlach naar hem en vertel hem over hoe het juist getuigd van vertrouwen in de toekomst om boven op die puinhoop van vernietiging voor het leven te kiezen.
Hij kan niet anders dan me gelijk geven.
En joelend gaan we naar buiten.
Gelukt.

Dit gaat allemaal door mijn hoofd terwijl ik me voor de tweede keer afvraag, hoe het moet. Als deze vrouw niet komt, dan wordt er niet getrouwd morgen. Zonder mikwe geen choepa.
Ik wrijf met de topjes van mijn vingers over mijn slapen, strek mijn rug en vraag me af wanneer ik zeker weet dat ze niet meer komt. Ik kan niet anders dan wachten. Nog even in elk geval.

Een vrouw met een wandelwagen en een kind aan de hand komt aangelopen. Met een geroutineerd gebaar bonst ze de wagen rakelings langs ons de trappen op. Mijn Grote Liefde staat op en helpt haar het wagentje naar boven tillen.

Daar is ze. Eindelijk. Ze is lelijk en grof gebouwd. De vormeloze donkerblauwe jurk tot aan haar enkels zit om haar omvangrijke lijf geplakt. Op haar hoofd draagt ze een grauwe katoenen doek. Alles bedekt en geen spoortje make-up. Maar in haar gezicht zie ik ook iets moois. Puur en kwetsbaar. Dat geeft me een beetje moed. Ze maakt er verder geen woorden over vuil, dat ze laat is. Ze gaat meteen aan de slag. Ik moet me uitkleden en douchen, zegt ze.
Maar ik ben thuis al in bad geweest, sputter ik tegen. Ze negeert mijn opmerking en wijst me de kleedkamer aan.
Het is duidelijk niet de eerste keer dat ze met nerveuze bruidjes te maken heeft.
Hier zijn de douchecabines, gaat ze onverstoorbaar verder. Dit is de plek waar het gaat gebeuren. En hier het kamertje om te tuttebellen. Voor straks, als het allemaal achter de rug is. 
Hier kan ik me mooi maken voor het grote moment. Het moment dat ik de koningin van mijn huis zal zijn. Maar eerst.
Zorgvuldig schoonmaken, vertelt ze me streng. Ik moet vooral goed op mijn nagels en oren letten.
Dan kijkt ze even zorgelijk naar mijn lange haren. Heel goed kammen, is haar advies. Straks mag geen haar meer los zitten. Ik moet haar maar even roepen als ik klaar ben. Dan komt ze me controleren en kunnen we eindelijk beginnen.

Ik krijg hetzelfde misselijke gevoel als vroeger op zwemles en mijn buik zich samentrok voor de badmeester met de haak.
Met een paar woorden heeft ze me veranderd in een klein meisje dat zich klappertandend en met trillende vingers uitkleedt.

Amsterdam,
Jezzebel

Foto: S. Hüttenhain, Droplets 

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

22 Responses to Als zij niet komt

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.