En wie ben jij?

foto

Dit is het moment… De papieren komen op tafel. De rabbijn met de scheve keppel leunt gemakkelijk achterover. Als eerste is mijn gigantische stapel aan de beurt. Hij wappert er doorheen en humt bewonderend ergens in het midden van al die paperassen. En kijkt me dan met een brede grijns aan.

"Wow," zegt hij in onvervalst Amerikaans. "Wow, ik zie de geschiedenis van je hele familie in jou. Hier zit je voor me, met papieren die zelfs voor hier uniek zijn, dit kopietje van de antieke huwelijksakte van jouw grootouders in mijn handen, niet in het Jiddisch of Hebreeuws opgeschreven. Maar in Ladino. De Spaanse variatie van het Jiddisch, zal ik maar zeggen. Jij bent niet zomaar Sefardisch Joods. Jij bent ‘Safardi Taor’. Puur. Jouw voorouders komen niet ergens vaag uit de buurt van Marokko. Jij bent van zuivere Spaanse afkomst, in een rechte lijn. Jouw voorvaderen hebben de inquisitie overleefd, zijn gevlucht naar het veel opener en vrijere Nederland. En hebben daar weer de holocaust overleefd. En hier zit je voor mijn bureau, lang en blond, de invloeden van de omgeving op je gezicht. Hier ben je, op het punt te trouwen met deze roodharige Israëliër. Wow," zegt hij nog eens.

Ik bloos een beetje verlegen en slaak een zucht van verlichting. Dat ging heel anders dan ik me voorstelde. De rest is een makkie, weet ik zeker. Alles heel nauwkeurig uitgerekend. Ook daarmee kunnen ze me niet verrassen. Fijn dat ik weet hoe het werkt, dan kun je er nog eens wat van zeggen, als het je niet bevalt, of zo.

En straks, neem ik me voor, straks als hij me vraagt naar mijn adres. En daarna dat van hem. En het zal blijken dat die hetzelfde zijn, dan zal ik hem recht aankijken. Hij heeft er niets mee te maken dat we samenwonen, wat hij daar ook van vindt. Hij moet maar met argumenten komen. Dan zal ik hem vertellen dat wij voor de Joodse wet, juist omdat we samenwonen, allang getrouwd zijn. En dat wij hier eigenlijk alleen maar onze kostbare tijd aan besteden om een formaliteit af te handelen.

En dan buigt de rabbijn zich over de weinige papieren van de Grote Liefde. Overlijdenscertificaat van zijn vader bovenop. Wat steekt het af tegen de andere, veel oudere vodjes. Daaronder zit het bewijs dat hij bar mitswe heeft gedaan. En daaronder zijn geboorte akte, de papieren van de besnijdenis en het geboortecertificaat van zijn moeder. Niet meer dan een paar velletjes. We kijken hem verwachtingsvol aan. We zijn klaar. Kom, laten we de datum vastleggen.

Hij kijkt van ons naar de papieren en weer terug naar ons. Hij schudt langzaam zijn hoofd.
"Is er iets niet in orde," vraagt de man van mijn leven beleefd, hij met dat mooie rooie haar.
De man houdt zijn kin vast en schudt nu krachtig zijn hoofd. De zwarte keppel die met een klipje aan zijn haar vast zit, bengelt driftig mee.
We kijken hem verbaasd aan. Wat is er aan de hand?
Hij zucht. Heel even maar, nauwelijks waarneembaar, maar ik zag het. Het spijt hem. Maar deze papieren zijn niet geldig. Moeilijk uit te leggen. Probleem met hem is dat hij zijn hele leven met reform Joden te maken heeft gehad. Vanaf zijn besnijdenis tot en met het begraven van zijn vader, een paar maanden geleden. En ja, reform wordt in Israël niet erkend. Daar vertelt hij ons toch niets nieuws mee. Bij de reform is iedereen Jood zodra hij een keppel opzet. "Dat zegt niets," voegt hij er nog aan toe.

"Ja maar," probeert hij. "Mijn vader is een sabra, hier geboren. In Israël. Hij was al de vierde generatie. Mijn vaders overgrootouders zijn hier gekomen vlak na de Russische revolutie, toen de pogroms in Polen en Rusland hele dorpen op de vlucht lieten slaan, naar Palestina."

De rabbijn bladert nog eens door zijn papieren. Hij aarzelt even en strekt dan zijn hand uit naar de telefoon. Even Long Beach bellen. Misschien kent iemand zijn familie.
We houden allebei onze adem in. Maar de Grote Liefde kijkt nuchter op zijn horloge en trekt verontwaardigd zijn wenkbrauwen op. Veel geluk, zie ik op zijn gezicht te lezen. Op dit tijdstip krijg je daar niemand te pakken. Het is midden in de nacht bij de Amerikanen. Hij kucht even en maakt de rabbijn duidelijk dat het vandaag niet meer lukt. 
De rabbijn knikt. We moeten eerst maar zorgen dat we een fax krijgen van de orthodoxe gemeente uit zijn geboorteplaats, daar aan de andere kant van de wereld. Van iemand die wel betrouwbaar is, en die moet dan voor hem instaan. "Kom dan maar weer terug."

We staan allebei verslagen op. Hoe kan dit nou? Hij blijft steken op hem. Hij die een Joodse moeder én vader heeft. Een vader die geholpen heeft bij de opbouw van de staat, die hier in het leger heeft gezeten, die zijn beste vrienden in vele van Israëls oorlogen verloor. De beste jaren van zijn leven heeft zijn vader aan dit land gegeven. Hoe kan dit nou!

We halen gelaten onze schouders op. Het heeft geen enkele zin een scène te maken. Naar huis.

Amsterdam,
Jezzebel

Own Art, Jerusalem

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

22 Responses to En wie ben jij?

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.