Luister eens

foto

Luister eens,

Ik heb je belangrijke dingen te vertellen. Over de kracht van vrouwen. De dingen en de zaken en hoe dat soms gaat.
Ik ben al een paar dagen bezig om het je heel precies te laten zien. In de hoop dat je kijkt. De dingen en de zaken en alles dat ik over het hoofd zie. Volgens mij is het belangrijk dat je er met je hart naar kijkt, altijd.

Hij wil een afspraak met me maken de avond er voor. Lijkt mij geen goed plan. De volgende dag heb ik een belangrijk sollicitatiegesprek bij een organisatie waarvan ik weet dat ik de boel goed kan laten stuiteren. Propaganda herken ik en de waarheid heb ik zelf gezien. Die van mij. Ik heb er dus niet zoveel zin in, dat zeg ik er eerlijk bij. Maar ik wilde het wel een echte kans geven en dan lijkt mij jointjes roken en biertjes drinken met hem niet zo’n goed idee. Ik weet hoe dat gaat. Hij is leuk! Dan weet je het wel, dan doet de rest van de wereld er niet toe.
Ik zeg dat ik niet kan, ik leg uit waarom, heel precies.
"Ja, Jezus, Jezzebel!" Hij vindt het maar een vaag verhaal. "Daar kun je toch afspraken over maken?!" Hij wil er paal en perk aan stellen, een paar uur dan, dat kan toch? Gewoon?
Dat weet ik allemaal wel, maar ik ken het toch.
Oké, kan mij het schelen, zo interessant is die organisatie niet. Ik ken het al. Ik kom net uit zo’n organisatie, dat wordt zeker bonje!
En dus heb ik een prachtige avond. Man wat is hij mooi. Ik drink en rook veel te veel. Het was lekker.

En de volgende dag voel ik het al. Warrig. Mijn hoofd wazig. Ik zie het wel, maar allemaal niet precies. Zal wel, geeft niet, gaat ook weer over. Soms heb je van die dagen.
Maar onderweg in de trein weet ik dat ik de boel aan het vernaggelen ben, mijn gedachten dwalen, zij zoeken, zij vliegen, zij zijn overal en de hele wereld raast voorbij. 
Oeh, wacht even, even focussen, nog even mijn best doen. Het is belangrijk dat ik weet, wat ik ook doe, hoe ik ook besluit, dat ik er in elk geval mijn best voor heb gedaan. Hoe dan ook.

Ik kom binnen, hij zit in zijn kantoor, deur wijd open, ik heb hem werkelijk niet gezien, maar later besef ik dat hij net deed alsof ik nog niet was aangekomen. Totdat iemand hem ging halen en hij er wel naar moest kijken, naar mij en de wereld die ik vertegenwoordig.
Vers uit het land waar hij altijd had willen zijn, daarom is hij de organisatie maar begonnen, zoals hij me later vertelt, als ik hem bij zijn ballen heb.
Ja, die baan, die heb ik vast niet, maar luister nog even mee. Er is zoveel gebeurd.

Voordat ik zijn kantoor binnenstap, omdat hij dus deed alsof ik er niet was, kom ik een vriendin tegen. Wat is ze mooi, dikke zwarte haren, wilde manen, zoals vroeger, maar ik zie de wallen onder haar ogen, ze zit hier niet voor niets, ook zij heeft haar tanden er in gezet.
Ze vertelt over die ander. Zij die ik in het land van mijn hart mijn rots gegeven heb. Ik vertel het haar in een paar zinnen. Ze weet er alles van, die ander heeft haar er mee naar toe genomen.
Ah! Dus zij ook, ook zij heeft de rots gekregen, zij, net als ik, we hebben het nodig. Die plek van inkeer, van reflectie, van alles dat is zoals het is, een beetje ongemakkelijk. Want de wereld trekt soms in keiharde flarden aan je.

En dan mag ik alsnog zijn kantoor binnen. Hij kijkt naar me en monstert me. Ik houd mijn hoofd een beetje scheef, ik zie het, met mijn wazige blik, vanuit mijn ooghoeken.
Hij is van me gecharmeerd, uitkijken, dit wordt gevaarlijk, hij gaat me pakken.
Hij wil er iemand bij hebben, het meisje dat ik moet vervangen. Het maakt me nog alerter, hij laat me weten hoe veel vertrouwen hij heeft in de opinie van deze vrouw.
En dan begint hij, keihard binnen, hij stelt vragen die niet te beantwoorden zijn.
"Wat vind u van de bezetting op de Westbank?"
Ah, hij wil me op het verkeerde been zetten. Ik weet waar hij politiek staat. En hij weet dat ook van mij. Hij kent de mensen die ik om me heen heb verzameld. Al jaren lang.
Ik weiger het bezetting te noemen, ook al is dat misschien wat het is. Hij vraagt waarom ik het woord bezetting niet in de mond durf te nemen. Ik weiger pertinent, ik geloof er niet in. Het is anders, maar ik kan het nog niet duiden. En voor de Westbank heb ik geen oplossing.
Ik zit al behoorlijk klem, met mijn warrige hoofd. Maar ik had geen zin om door hem het stempel opgeplakt te krijgen van linkse radicaal, dan maar liever de dromer. Of het domme blondje, wat het uiteindelijk wordt.
Man oh man, je hebt geen idee, ik heb me lelijk gemaakt!

Hij vraagt aan me wie de premier van Nederland is. Ik blokkeer volledig. Mijn hoofd al weken vol, ik ben verhuisd, er waren verkiezingen, ik heb niet alle dagen televisie of kranten gezien. Ik ben nog moe van gisteren. En kijk hem kaarsrecht aan. "Ik weet het niet," zeg ik.
Er valt een stilte die dodelijk is. Oh mijn God! Wat is ze dom!
Hij lacht schamper.
En ik haal uit. "Ah," zeg ik, "dat is de manier waarmee Bush gepakt werd op dat televisiedebat, maar die is wel ik weetniethoeveel jaren president geworden…"
Hij kijkt me aan, hij moet lachen. Maar hij is razendscherp.
"Wat vindt u van hem?"

Ik steek mijn handen in de lucht, ik geef me over. "Daar wil ik me niet over uitlaten," zeg ik.
"Dat kan niet," zegt hij. "Als je hier werkt dien je over alles en iedereen een mening te hebben."
En dan wordt hij wreed, hij wrijft het er nog even goed in. "En wie is de minister van buitenlandse zaken? Of nee, laten we het over iets anders hebben, wat is de naam van de commissie die de Libanonoorlog onderzoekt?"
Ik geef me opnieuw volledig over. Ik heb geen idee. Ik ben aan het verhuizen, nieuw leven aan het opbouwen, de helft staat nog in dozen, ik heb geen aansluitingen en geen verbindingen, ik heb het allemaal niet precies gevolgd, ik was nog even met iets anders bezig.
En weer zie ik een glimp van bewondering.
Hij zegt: "U bent goed in organiseren, hè?" En ik zeg volmondig ja! Ik kan heel goed regelen.
"Waarom wordt u geen burauhoofd?"
"Nou," zeg ik, "dat vind ik niet zo interessant, dan ga je over het plakband en de Prittstiften en ik heb nog een verhaal te vertellen."
Ah, dat was goed, schrijven is belangrijk, kan ik werk laten zien?
Maar dan pak ik hem, ik was hoofdredacteur van dat blad dat hij elke maand in huis kreeg, van de week heeft hij nog gesproken met iemand die van heel dichtbij weet hoe ik schrijf, hij had het precies kunnen weten, als hij er zijn best voor had gedaan.
En ik vraag hem ook een belangrijke vraag: "Mag ik u iets vragen? Waarom bent u niet in Israël?"
En hij geeft me het verhaal, dat van zijn hart. Daarom is hij dit maar gaan beginnen. Compensatie.
Ik zeg hem, dat wat er ook gebeurt dat ik hem graag zou willen interviewen. 
Ik moet toch een beetje voor mezelf zorgen als ik dus niet bij hem wil werken, en zijn verhaal kan ik goed verkopen, want ik was de boel aan het saboteren, thuis weet ik het direct wie, wat, en hoe het precies zit.
Ik ga dat nog vertellen, met stukjes en beetjes ben ik er mee bezig.

Hij schrikt. "Niet in één middag," zegt hij, "je moet vaker terugkomen, dat schept vertrouwen. Anders doe ik het niet."

Onderweg naar huis, terug in de trein, wat gaat hij langzaam! het lijkt alsof ik nooit thuis kom, schrik ik me helemaal dood van mezelf. Wat heb ik in godsnaam gedaan?
En dan komt haar SMS binnen. Het is vrijdagmiddag en G. I. Jane heeft haar op haar tanden, zij kan het voelen, de wereld en het stuiteren, ik heb dat in haar gezicht gezien.
Ze komt nog even kletsen in mijn raam, en man! we hebben gelachen. Ik ben met iets bezig en als ik één ding heel, heel zeker weet, dan is het ik dat bootje ga laten schommelen.
We’re gonna rock the boat, baby! 
Lekker lachen, huilen kan altijd nog. 

Want zoals die dingen gaan, een buikdanseres kan je nog wat vertellen over trivialiteiten en frivole uitstapjes.

Amsterdam,
Jezzebel

Art: Jean Michel Basquiat

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

23 Responses to Luister eens

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.