Koninginnenacht

foto

In het Jodendom wordt gezegd dat als een vrouw ongesteld is, zij het dichtst bij God is. Ik geloof dat het waar is. Zij is open, ontvankelijk. 
Deze nacht voel ik me er heel dichtbij. De wereld kwam aan mij voorbij in al die pijn.
Zoals Eva. Veroordeeld om te betalen, voor de lusten van haar schoot. In pijn zou zij baren, in pijn zou zij haar maandelijkse stonden doorstaan. Een vrouw, elke vrouw, kan je vertellen over pijn. Als je het wilt horen.
Ik heb het vandaag gezien, gehoord en gevoeld. Vandaag deed pijn.
Agressief sfeertje op het plein. Niet om te fokken. Er is paniek, Antilliaanse jongens schreeuwen naar hun vriend die het wil opgeven, hij is zo dronken, hij kan niet meer op zijn benen staan. Ik wilde er niet naar kijken. Voordat ik het weet ben ik uit het raam geklommen, om de wereld te redden. De kreet van pijn kan ik verstaan, overal ter wereld. Maar ik deed het raam niet dicht. Ik weet dat dit erbij hoort. Vandaag doet pijn. Testosteron klettert door de straten. Al een paar dagen dat de zon de wereld hel verlicht, de dagen dat je zult zien en zult voelen, de warmte van de wereld die draait op de heupen van een buikdanseres. En dat doet zeer!
Alles dat je niet hebt en waar je naar verlangt, en in die ander kom je jezelf tegen.
Het was vanochtend meteen raak, vrouw die tranen bloedt, leegte van haar schoot, zij werd wakker van de pijn. Pijn van leegte, de wereld, de woorden en de beelden. Want de dingen gaan zoals ze gaan. Nu eens dit, dan weer dat.

Ik zat vanochtend op de kade in het zonnetje. Even denken, even voelen. In die pijn kan ik niet langer vluchten, geen ruimte, de meest heilige plek van mezelf. Daar kom ik de wereld tegen. En ik begon te huilen, maar er kwam een rondvaartboot voorbij, toeristen met handycams en digicams. Man, ik heb mijn handen voor mijn gezicht geslagen. Zo wil ik niet gezien worden. Zij, dat Amsterdamse meisje, huilend op de kade.
Het doet me denken aan mijn tante en het verhaal dat ze me jaren geleden vertelde. Toen ze naar Yad Vashem ging, het Holocaustmuseum in Jeruzalem, zij, zo’n echte Jodin, dat kun je zien, haar leven heeft ze besteed, om te vergeten, de dingen die ze zag en alles dat ze was. Zij was zo dapper om het monster in zijn gezicht te kijken, daar in het land waar ze niets mee heeft, maar waar het bloed van door haar aderen stroomt. Zij begon te huilen, toeristen schoten er plaatjes van. Zij, Jodin geconfronteerd met haar pijn in het Heilige Land. Ze is nooit meer teruggegaan.
En ik moet denken aan een ander prachtig moment. Toen iemand me vertelde hoe dat zit met zij die het liefst met hun ogen dicht zitten. En alle magiërs die hun ogen sluiten. Ze willen het niet weten en niet zien. Maar je moet eens kijken, wat er gebeurt als je je ogen opent. Dan kom je de wereld tegen.

Aan de overkant genoten de zwervers in het zonnetje. Ze strooiden brood voor de eendjes en deden dat zo eerlijk mogelijk, zodat alles en iedereen aan bod kwam, de kuikens, de moeder, de vader, de koeten, de reigers, de duiven en de meeuwen, stad en zee hebben ze gevoed. Ik vond het zo mooi, ik was het vergeten, heel, heel vroeger nam m’n moeder, en soms de oppas, me wel eens mee om in een parmantig bontmanteltje de eendjes te voeren. Ik kwam de wereld tegen, ik weet het zeker en was het vergeten. Dat zij dat nog weten!
Maar toen kwam er een groepje dames voorbij, waarschijnlijk toeristen. Eén van hen viel en bleef een tijdje zitten, de dames er omheen, voorzichtig, voorzichtig! even horen, gaat het?
Klanken van hun hart dreven over het water, mijn oren zijn er gevoelig voor. Ik moest weer even kijken, even weten hoe dat zat. En zelfs de enige zwerfster tussen al die onverschillige mannen op het bankje vlakbij, kon het niet laten. Ook zij moest de wereld redden. Ze stond op, in haar lompen, biertje in de hand, om te vragen aan de dame of ze kon helpen. Maar daar wilden de dames natuurlijk niets van weten.
Wat was ze kwetsbaar. Daarna zag ik haar weer zitten, zwerfster in haar pijn, ineen gedoken. Ik kon haar voelen.

En deze avond hoor ik de kreten van de Antillianen ik moest wel kijken, mijn oren zo gevoelig. Een voor een kwamen ze verhaal halen bij die ene die dreigde te verliezen. "Je bent 21 man! Je kunt miljonair worden!"
Maar de buren hebben de politie erbij gehaald, ze kunnen het niet langer verdragen, al die pijn, in your face nigger!, zoals zij het zeggen.
En de enige hoogblonde vrouw die standaard op mijn plein hangt en ook al dagen ruzie maakt met haar Lange, Verslaafde!, zoals zij hem gillend noemt, kwam langs mijn raam gewandeld in het zwart. Op rose gympen, rose buideltje door haar jas bungelend, kleuren van het kleine meisje dat ze ook is, onder die lange zwarte leren jas.
"Het was zo’n mooi plein," beantwoordt ze mijn glimlach, ook haar gezicht is zacht.
"Het is een mooi plein," zeg ik zacht. Ik wil dat ze het weet, ik hoorde dat ze zich er zorgen over maakt, laatst toen ze krijste: "Jullie pissen tegen die boom, er wonen hier nette mensen!"
Ik heb er geen last van. Ik vind ze zo mooi, al die mensen die me laten zien wie ik ben en ook kan zijn.
Maar dat is als ik tranen bloed, de tranen van mijn hart en mijn lege schoot.
Zoals het bedoeld is, toen God ook eens moest vloeken.
Want de wereld draait zoals zij draait, op de heupen van een buikdanseres op een nacht als Koninginnenacht.

Jezzebel,
Amsterdam

Art: Hila Lulu Lin

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

20 Responses to Koninginnenacht

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.