Vluchtende Schim

foto

Ik weet waar ik mee bezig ben. Ik kwam mezelf tegen, vandaag, toen er eindelijk ruimte was om daar te zijn wie ik werkelijk ben. Helemaal alleen, in het zonnetje voor het raam, ik heb languit op de grond gelegen. Niemand die me vroeg wat ik aan het doen was.
Dat was nadat ik bubbelde en bruiste, blaatte aan de telefoon. Ik wilde vertellen, maar kwam er niet bij. Ik zeg het maar half, lang niet alles. Alsof ik het niet precies durf te weten. Geen ruimte om te schrikken, geen adem om te kalmeren, geen plek waar het veilig is.
Ik heb de wereld zoveel mogelijk buitengesloten. En het kost me bakken met tijd. Om te genezen, om te begrijpen, om te weten dat het oké is, nu eens dit, dan weer dat. Het is van mij. Op schuldgevoel ren ik door mijn leven, al mijn uren voorbij.
Op het balkon klets ik in de ochtend, even horen, even voelen. Zij zijn er niet en komen voorlopig nog niet terug. De wereld kan er even in. Ik ben alleen. Ik kan het hebben. Niemand die vraagt wat ik doe, denk of vind. Even alleen, met mezelf, tijd om het precies te weten.
Daarna rook ik een joint en ga zitten in de zon. Het is ijzig buiten, maar de stralen verwarmen mij en dan gebeurt het bijna als vanzelf. Met gekruiste benen ga ik rechtop zitten. Langzaam komt mijn kracht weer terug. In de stilte, de drukte, al het geluid van mijn volle hoofd, hoor ik eindelijk weer mijn eigen stem.
Daarna ben ik gaan slapen. Uren achtereen. Totdat zij me wakker maakte. Ze vindt het niet prettig dat ik slaap. Ik vraag wat het probleem is, ze vindt het niet fijn. “Dat moet je ’s nachts maar doen.”
Maar ’s nachts, als zij naar bed zijn, spook ik door de vragen van mijn bestaan. Die zij me niet hoeven te stellen, die ik graag voor mezelf wil weten. Helemaal alleen is het eindelijk veilig. De feiten leggen zich er als vanzelf bij neer, rustig op een rijtje. 
Ik kan het niet verdragen. Wat doe je, waar ben je mee bezig, heb je nog gedacht aan, waarom bel je niet met. En het gaat maar door, al die vragen die ik niet kan beantwoorden, leegte die ik niet voor ze kan vullen. Ik heb het er graag precies over. Als het mij uitkomt.
Het is ’s nachts als ik de liefde zoek. Een liefdevolle stem, momenten dat er rust is, dat ik het weer durf, mezelf te zijn. Oi va voi, wat heb ik er soms een ballen voor nodig.
“Nog even,” zegt ze, mijn mooie denkende vriendin. “Nog even en dan kun je slapen en spoken zonder dat iemand je iets verwijt, dan is al je tijd van jou. Nog even, dan kun je weer ademen. En als je terug kijkt dan zul je denken, ach, het was helemaal niets. Zo voorbij gegaan.”
Maar ik weet dat dit me meer verwondt dan ik hardop durf te zeggen. Al je grapjes, al je leuke opmerkingen, ze hebben diepe, diepe gapende gaten in me geslagen.
En ik weet dat als er straks mijn eigen plek is, ik de wereld voor weken niet zal kunnen verdragen.
Maar dan is er eindelijk een plaats waar ik kan stuiteren. En landen, in de waarheid die van mezelf is.

Jezzebel,
Tussenstop

Art: Jeremy Wolff, circus of life series.

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

14 Responses to Vluchtende Schim

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.