Oh God!

foto

Oh God!

Oi va voi! Ik heb je zoveel te vertellen. Ik hoop echt op je geduld. Luister nog even. Dit gaat nergens over. Veel te zenuwachtig! Zeg maar gewoon bang! 

Ik heb gesolliciteerd op een baan die net even te hoog gegrepen is. Tikkie boven mijn kunnen. Werkelijk een droombaan voor iemand die zo betrokken is als ik. Dat bedoel ik niet om mezelf op de borst te slaan, het is lastig als je interesses breed liggen en je jezelf in zoveel dingen en zaken met huid en haar kunt verliezen. Geloof me, je hebt de afgelopen maanden met me meegeleefd, dat is echt geen pretje. Maar wel die baan, die hoort daar helemaal bij.
Ik kan er al mijn interesses in kwijt, alles wat ik geleerd heb, oh man, oh man. Een baan bij de televisie, één van de best bekeken programma’s op de Nederlandse buis, zo heb ik me laten vertellen, ik weet het niet, ik ben hier nog maar drie weken. Omein, omein, laat het waar zijn.

Weet je, ik ben er zo godvergeten uit, net terug, weet ik veel wie belangrijk is, de movers en shakers, zij die de poppen aan het dansen krijgen, omdat de wereld draait, zoals ze draait, enfin, dat heb ik je wel eens eerder verteld.
Op die ene vacature zijn honderden brieven binnengekomen, dat weet ik zeker. Dit is dé baan voor iemand die er verstand van heeft, daar droom je van.

En weet je, ik ben maar gewoon een magere broodschrijfster, iemand die het wel met heel haar hart doet, maar heel eenvoudig, voor de hoogste bieder of wie er toevallig voorbij wandelt. Allemaal niet zo hoogstaand. Wel leuk, en daarom deed ik het, zo goed als ik kon. Lekker vind ik het om af en toe weer mijn tanden in een totaal ander verhaal te zetten. Gewoon, omdat ik het wil weten, hoe dat is, als je dit of dat doet. Ook van een ander.

Uhm… ze hebben me gebeld, e-mail verstuurd, hard copy is per snailmail onderweg, oftewel ik ben uitgenodigd voor een gesprek, aanstaande dinsdag. Mijn God, ik ben opeens zo bang!
Oh man, dat red ik nooit, voor deze baan komen de kopstukken van de Nederlandse journalistiek uit alle hoeken en gaten. Zij hebben gestudeerd, ik ben maar zo’n rommelaar in de marge, ik deed het in het veld, vanaf het begin, enkels er in. In de blubber toen ik midden in een weiland een koe uit een sloot liet takelen, toen ik nog maar net begon en op zoek naar nieuws die klemme koe tegenkwam. Het werd een pracht verhaal. Tot over mijn oren in de bagger, het plaatselijke krantje kreeg de diepgang van een echt aards drama, koe gered.

Ik stond boven op het winkelcentrum toen het werd ontruimd, geruchtmakende bommelding, misschien wel de eerste van Nederland (op de geintjes tijdens je examen na, uiteraard), fototoestel in mijn tas, het was een prachtfoto! Door de landelijke Grote Broer, die hele verkeerde, wakker overgenomen.
Maar daar wilden ze me niet langer hebben. Ze werden wat moe, zo vlak voor het pensioen. Ze hadden hun wel verdiende rust zo dicht bij het einde toch anders voorgesteld en dat kwam er op deze manier met mij niet van. Ik vond dat we de Rara-demo tegen Shell moesten verslaan, maar dat was ze net te link(s). Toen hebben ze me weg getreiterd. De chef riep me bij zich, het speet hem, ik kon het niet, eigenlijk was ik nergens goed voor, hij zou het zeer op prijs stellen als ik direct zou vertrekken, ik moest maar in het boetiekje van mijn ouders mijn hart ophalen, daar was vast nog plaats voor mij. Hij zei het er letterlijk bij.

Dat was het moment dat ik rustig werd, ik was misschien net negentien. Ik keek de 58-jarige man aan. Hij stond er klaar voor om met mij de strijd aan te gaan. Ik gaf het hem niet. Ik vond het goed, ik zou wel verder kijken, ik liet het hem nog weten als ik iets anders vond. Tot die tijd moest hij het helaas toch met mijn schamele talenten doen, ik had een jaarcontract en je weet hoe dat gaat, dat geldt voor beide partijen.
Ik kreeg de juridische afdeling van De Grote Broer over me heen. Ik ging naar de rechtswinkel, waar ze helaas niets voor me konden betekenen, en ik schreef ook even een brief naar een spectaculair roddelblad. Dat leek me wel wat. Als ik toch nergens voor deugde kon ik het best daar eens proberen. Nee, niet de zus met die vinger tegen haar lippen, dat had ik zo langzamerhand wel gezien, ik kwam bij de rebellen. Lang verhaal.

Ik vond het leuk, in de bosjes, op de feesten en partijen, beetje kletsen, veel laten babbelen, vooral goed luisteren. Daar heb ik het geleerd, het echte vak, zoals je dat alleen in het veld leert, de constante confrontatie met de mensen om je heen, zij die een verhaal te vertellen hebben, als je het maar weet te vragen.
Dat heb ik een behoorlijke tijd volgehouden, een jaar of zeven, totdat het genoeg was en ik een ander plan had. Ik vertrok naar Israël. Eigenlijk wilde ik er niets liever dan verdwalen, door de straten van Jeruzalem, met een fototoestel. Ik had bedacht fotograaf te worden voor National Geographic, daar had ik aanleg voor. 🙂

Zover is het nooit gekomen, toch heb ik mijn boeltje bij elkaar gepakt en een intensieve ‘inburgeringscursus’ gedaan op een instituut waar je zowel de taal als de historische, actuele en religieuze achtergronden leerde van dit krankzinnige land met dat enorm bonkende hart.
Ik kwam bij de televisie terecht als producer van het nieuws. Al meteen de eerste dag was ik er bij, historische gebeurtenis, vrede met Jordanië, niet veel later kwam Arafat terug in Jericho en in Gaza. Ik was in Baghdad en in Polen bij de herdenking van de 50-jarige bevrijding van Auschwitz, ik heb vragen aan Clinton en aan Peres gesteld, ik heb oorlogsmisdadigers geïnterviewd. En ook de slachtoffers, ik was bij busbommen, bij katyusha inslagen, ik heb onder vuur gelegen en op een luchtbed in een luxueus zwembad midden in de woestijn, waar de Conferentie van de Vrede werd gehouden en het nog nooit zo stoffig was.

Ook dat heeft me gevormd. Ik heb er veel geleerd. Totdat ik terecht kwam bij het krantje van de Vereniging. Ook daar heb ik mijn hele hart er ingestort en ik hoop dat ze het zich op een dag zullen herinneren. Toevallig is de eerste kleurendruk net uitgekomen, is de acquisitie nu een professioneel feit, kan het blad overleven, misschien ook nadat het bittere bloedgeld van maror is opgedroogd. Ik hoop dat ze het niet vergeten, dat ik daar heel erg mijn best voor heb gedaan.

En nu dus dit… 
Lieverds, ik voel een einde naderen. Ik droom maar een beetje, nu dat nog kan, straks, als ik toevallig door krankzinnige mazzel misschien weer iets totaal anders ga doen, net een tikkie te hoog gegrepen, zal er van dromen niet veel terecht komen. Dan zal ik moeten denken in vlekkeloze formules, streng getimde blokken en hapklare brokken. Dan blijft er van gewoon een beetje zitten, even denken, even goed voelen, echt niet veel over.
Dan ga ik een punt zetten en schuif weer een droom in een lade. Voor later, als ik ben uitgestuiterd.

Dit is nog niet het einde, maar ik wilde je vanavond even vertellen dat ik het voel komen.

Jezzebel
Tussenstop

Art: Louis Soutter, Force Sacree

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

35 Responses to Oh God!

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.