Zullen we het er eens echt over hebben?

foto

Deze avond ben ik kapot, werkelijk op, maar het sarren gaat nog even door, nog heel even onder elkaars huid, daarna rustig slapen, morgen gezond weer op.
Alweer vlucht ik naar het balkon, ik wil even alleen, enkel mijn eigen gedachten.
Dat is wat ik het moeilijkst vind van zo dichtbij. De onverwachte aanvallen, botte stoten, vette lach, grapjes die niet leuk zijn, zij zuigen al mijn energie. Constant op mijn hoede, vooral mezelf erbij houden, niet vergeten, niet verliezen, want oi va voi als ik uithaal, dan zal ik het moeten dragen, oorzaak en gevolg, actie reactie.

Je duwt me in de verdediging en ik moet goed opletten dat ik die valkuil gracieus ontwijk. 
Laat maar, geeft niet, ik doe wel of ik het niet hoor.
Maar zullen we het er nu eens echt over hebben? Over de liefde en zo? Ik zou je willen vertellen hoe je me raakt, hoeveel pijn je me werkelijk doet. Pijn waartegen ik me niet kan beschermen. 
Afgestompt het enige alternatief en dat wil ik niet. Ik geloof ook niet dat het mijn taak is om me aan te passen aan jouw giftige angel. 
Ik weet wel wat ze zeggen, ik kan je niet veranderen, alleen mezelf. En dat verdom ik. Dat zal lekker zijn, omdat jij er zo weinig verstand van hebt, kan ik verminkt verder, door het leven en zo. Gevoelloos zonder emoties, een mooi denkende machine, grijze brij op lompe benen.

Hij heeft een borreltje gedronken bij een vriend, bouwvergadering noemt hij dat, raar genoeg, net een beetje over zijn taks, en er komen aanvallende steken uit zijn mond. Ik moet goed opletten, één verkeerd woord en we hebben bonje, ik mag nu niet glippen.

Weet je, vandaag zitten mijn handen me dwars. Eigenlijk moet ik mijn nagels vijlen, ik houd er niet van als ze te lang zijn. Het is fijn om de dingen en de zaken met mijn hele vingertoppen te raken. Ook met tikken maakt het groot verschil of je het op de puntjes van je vingers of met al je gevoel doet. 
Het ergert me al een paar dagen, gewoon niet lekker, dat gevoel in mijn vel.

Als ik uitgeput van een rondje makelaar dat werkelijk uren geduurd heeft op de bel druk, zegt ze door de intercom met harde, krakende stem dat ze geen zin heeft om open te doen, grapje!
"Oh, oké," zeg ik, ik weet zo gauw niet alerter te reageren en sta daar voor de camera. 
Opeens zegt ze lief: "Kom maar Lieverd, je bent welkom hoor."
Als ik boven ben staat ze op de drempel, een warm onthaal, ook al een geintje. Dat doet ze nooit, zelfs niet voor de reperateur van dit of dat.
De rest van de avond is ze lief, leuk en aardig, ik kom even bij haar zitten, bij de televisie. En ze zegt: "Hè, gezellig, weer ouderwets, samen kijken."
Ik kan me geen televisie samen herinneren. Volgens mij was ik er nooit zo heel erg gek op, op een uitzondering na, maar die wist ik dan ook precies. Nu is het nog steeds gissen.
Samen kijken we RTL-boulevard, ik voel me min of meer verplicht, op één of andere manier moet ik een beetje bijkomen, ik ken niemand meer. De cultuur van mijn eigen land is me wereldvreemd. En dat is niet zo handig voor het werk waar ik goed in ben.

Als hij thuis komt ga ik bij hem zitten, hij eet een echt Hollands balletje, wil ik ook een hapje? Nee dank, dat hoef ik niet, ook gehakt is niet echt mijn favoriet.
En dan begint hij. Of hij wat kan vragen zonder dat we moeilijkheden krijgen. Ik krimp in elkaar, dit ken ik, de inleiding.
"Oh," zegt hij agressief, "ik zie het al."
Ik zwijg en luister, mijn hoofd een beetje schuin, mijn gezicht wat afgewend, ik wil hem horen.
"Moet je die baan niet opbellen en zeggen dat je je bedacht hebt?"
Ik begrijp niet waar hij het over heeft.
"Nou! Dat is toch verdomme veel slimmer, als je een goed salaris hebt!"
Ik begrijp niet waar het vandaan komt. De helft van mijn dag ben ik bezig met een pittig verhaal, zondag moet ik er voor naar Zeeland, en de andere helft ben ik met heel mijn hart op zoek om zo snel mogelijk zijn gastvrije huis te verlaten.

Ik probeer het uit te leggen. Dit kun je op twee manieren doen. Waarheid is dat ik het niet allemaal tegelijk kan.
Of eerst een baan en dan weer verder kijken naar een huis. Maar het werk dat ik doe, laat niet veel ruimte, omdat er niet genoeg uren in een dag zitten, dat weet hij wel. 
Of een huis zoeken, af en toe wat lap en plakwerk als freelancer, wat momenteel helemaal niet slecht is, en wat armslag houden.
Ik geef het voorbeeld van de dochter van zijn vriend, het hoe en waarom hij mij eerst niet in huis wilde.
"Zij is terug uit Amerika en zit er al een halfjaar, bij haar ouders, en je weet hoe dat is, dat heb je van haar vader gehoord. Zij ging eerst werken en mij leek dat niet zo’n goed idee," vertel ik hem.
Er gaat hem een lichtje op. Hij laat het rusten.

Ik zou hem wel eens willen vertellen, gewoon, zonder boos te worden, dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. Dat het goed komt, dat de banen, de dingen en de zaken met mijn hart en mijn hoofd te maken hebben. En dat die manier van mij soms helemaal zo slecht niet is, dat het best goed beloont.
Het komt wel goed, zou ik willen zeggen, laat dat denken van mij maar vrij, net als dat gloeiende hart.

Er zijn drie foto’s waar ik deze avond uit wil kiezen. Drie verhalen te vertellen, mijn hoofd veel te vol; de dode kakkerlak kwetsbaar op haar rug, de duivels van Escher en Hila. 
Mooie Hila, zij heeft me al vaker uit de brand gered.

Weet je hoeveel pijn het doet als pepers en knoflook rauw je vingertoppen raken en in je huid bijten? De volgende dag hangen de velletjes er bij. Want het maken van een salade kost heel wat liefde, bloed, zweet en tranen.
En soms heb ik er gewoon geen zin in. Al dat onderhuidse schrijnen, dat bijtende venijn.

Shabat Shalom,

Jezzebel,
Tussenstop

Art: Hila Lulu Lin, Pilpel

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

27 Responses to Zullen we het er eens echt over hebben?

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.