In het bed van een buikdanseres

foto

Vlak voordat ik opsta denk ik er aan. Vandaag heb ik vleugels nodig. Vleugels groter dan de muren van mijn huis, enorme wieken die verder reiken dan de draagwijdte van mijn bestaan.
Gisteravond heb ik een afspraak met haar gemaakt. Ik heb nog wat geschilderd en ik hoop dat ze er naar wil kijken. Niet zoals vroeger, daar heb ik het geld niet meer voor, maar gewoon als vriendin.
Ze is dolenthousiast, blij dat ik bel met dat goede nieuws. Al die tijd dat ik onder haar hoede ben, heeft ze me aangespoord te werken en me door niets te laten weerhouden. Met toewijding en overgave, met heel mijn ziel en dat verdomde hart.
Razend kon ze worden als ik zuinig met verf deed of het hield bij goedkope kwasten. Maar van de lucht of gevleugelde dromen kan ik niet leven, dus was het tussen de bedrijven door scheren, een beetje rommelen.
Eens in de twee weken – soms duurde het wel anderhalve maand – ging ik naar haar toe met enorme werken opgerold op het stuur van mijn fiets. Een enkele keer als het werkelijk te ingewikkeld was, kwam ze naar mij en nam iets lekkers mee.
Nu is het bijna elke week raak. Ik ben aan het schilderen geslagen alsof er niets anders meer op deze wereld bestaat.
En ik herinner me een ander moment dat ik me zo met hart en ziel stortte op de tweede passie van mijn leven – ik heb er drie – vlak voordat ik op het vliegtuig stapte om een andere realiteit binnen te gaan. Toen ik van Amerika terug naar Israël verhuisde. Dat was de basis van het werk waarop ze me alweer een jaar of drie geleden beoordeelde. Ik was al veel langer terug, maar van schilderen en tekenen was er niet veel gekomen.
Ze wist het meteen. Hand-oog-coördinatie waren goed ontwikkeld, grafisch sterk, maar nu moest ik de taal nog leren. De taal van de kunst. Stap voor stap heeft ze me meegenomen en liet me zweven. Soms was ze razend op me, als ik me verstopte achter dat lieve meisje dat veilig voelde. Dan stampvoette ze met al haar passie. "Te mooi! Je wilt het te mooi maken! Je moet het voelen!" En zo stommelde en strompelde ik voort totdat er werkelijk iets groeide, vandaag wil ik het haar laten zien.
Ik ben benieuwd wat ze er van vindt, mijn eigen werk maakt me kinderlijk verlegen. Van dat lieve meisje is nog slechts het bed van de buikdanseres over.
We kletsen wat en ik vertel. Ze schrikt van de woorden van mijn vader en zegt dan iets moois, iets wat ze van de Chinezen heeft geleerd. "Ieder mens heeft een brood en een bloem nodig. Een brood om van te leven en de bloem om je ziel te voeden."
Ik weet dat ze gelijk heeft, ik kan niet anders.
Ze kijkt aandachtig naar mijn werk. Ze noemt het krachtig, schrikt geen moment. En alweer spoort ze me aan om door te gaan.
"Maak een serie, als je dat nodig hebt, maar daarna moet je het verder ontwikkelen. Je beheerst de vorm, neem het mee… vertaal het."
En ik vertel haar over de brief die ik geschreven en verstuurd heb naar het museum van de mispoche. Ze begint te stralen, ze weet het, net als ik. Het is tijd om mijn vleugels uit te slaan.
In mijn tas stopt ze een prachtig handgemaakte lerenkaft, ik beloof er een schetsboekje in te stoppen. Het is zo mooi, ze doet er de kaart van Antony Gormley bij.
En van de week, heb ik beloofd, kom ik langs in haar studio. Ze wil mijn mening horen. En ik wil vliegen. 
Op de grond van mijn appartement ligt een doek groter dan de muren van mijn huis in de grondverf te drogen. 
Mijn gedachten hebben vleugels gekregen.
Want de wereld draait zoals zij draait, op de heupen van een buikdanseres.

Tel Aviv,
Jezzebel
Art: top; Corneille, Le Lit, bottom; Antony Gormley, A Case for Angel III

foto

This entry was posted in Geen categorie. Bookmark the permalink.

28 Responses to In het bed van een buikdanseres

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.