Gisteren is me door de vingers geglipt

foto

Ik houd van de vrijdag in mijn land. De dag waar we doorheen sjezen in de hoop dat er aan het eind genade is, een moment van kalmte, dat er heel even, voor ons niets meer hoeft.
In ongeduldige dikke rijen staan we op het postkantoor vlug de rekeningen van alweer een nieuwe maand te betalen. Nerveus botsen we ons met volgepakte boodschappenkarren haastig door de supermarkt. Waarna we met onrustige handen ook nog even huis, kinderen en de groenten voor vanavond schrobben. Vanavond, de week voorbij, er is rust.

Op vrijdag trek ik de stekkers er uit. Geen telefoon. Zondag weer. Als de nieuwe week begint sta ik weer met al mijn uitgeruste kracht en al mijn geduld voor u klaar.
Maar gisteren is me door de vingers geglipt.
Ik was vergeten de wereld buiten te sluiten. Met honderden emails tegelijk bestookten ze me zo vlak voor shabat. Ze hingen aan de telefoon of hun leven er vanaf hing, of alles telde. Mijn dag gleed als water door mijn vingers. Ik kon er geen grip op krijgen. Hij was niet van mij.

Op het strand komt een man met een boek en bril naar me toe. Hij vraagt me wat ik lees. Ik heb er geen geduld voor. Ik wil niet praten. Hij begrijpt het en slentert verder. En ik ben verdrietig. Ik heb het toeval de mond gesnoerd, een mooi verhaal gemist. 
Ik ben boos op mezelf en de wereld. Tijd om naar huis te gaan, de zon is bijna onder. Misschien vind ik het daar, de kalmte in mezelf.

“Hallo!” schreeuwt hij uit de verte terwijl ik naar mijn fiets loop. Ik kijk hem aan en moet ondanks mezelf lachen. Ik ken hem niet. Hij steekt zijn hand uit, schudt die van mij en ik schrik. Ik weet wie hij is, ik heb geen zin in hem.
“Hoe is het met je!”
In twee woorden heb ik het uitgelegd. Alles goed. Ik steek de sleutel in het slot en begin de boel klaar te maken voor vertrek.
“Ik ben gescheiden!” Oh God, ook dat nog.
“Hoe komt dat,” vraag ik en kijk hem aan. Mij wilde hij eens in een hotel verwennen met een massage die ik niet mocht missen, toen zijn vrouw nog zijn grote liefde was.
Maar ik vond hem niet interessant genoeg voor dat soort drama’s.
“Ik heb het vreselijk met mijn vrouw gehad,” zegt hij. “En nu is het voorbij…”
“Bevalt het,” vraag ik.
“Nee!” zegt hij. “Er is geen liefde in mijn leven! Mijn leven is leeg. Ik vind het niet leuk met mezelf. Ik houd niet van alleen zijn. En jij?”
Ach, ik doe het al zo lang. Ik vind alleen hoe langer hoe fijner. 
Liet de hele wereld me maar alleen, probeer ik hem uit te leggen. Maar dat begrijpt hij niet.
“Kan ik je zien?”
“Nee,” zeg ik beslist.
“Waarom niet?” Opnieuw probeer ik hem uit te leggen dat ik alleen wel prettig vind.
“Dus wat is je nummer?” Hij hoort me niet.
Ik kijk hem recht aan. “Ik zei dat ik het fijn vond om alleen te zijn.”

Thuis zit ik te prutsen met ideeën die geen werkelijkheid worden en foto’s die zich niet laten uploaden.

Gisteren is me met het ondergaan van de zon door de vingers geglipt.

Shabat Shalom,

Tel Aviv,
Jezzebel

Foto: Tommy Junger

This entry was posted in Land van mijn Hart, Liefde in een land van haat, literatuur and tagged , , , . Bookmark the permalink.

24 Responses to Gisteren is me door de vingers geglipt

    Leave a Reply

    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.