Nasralla en de buikdanseres

Het is een zwoele shabat-middag in Tel Aviv. Eentje die sensueler had kunnen zijn als het nieuws niet door onze dagdromen brandde. En hoewel de zon gloeiendheet onze lichamen kust op de volgepakte stranden, zit er niets looms in de manier waarop we elkaar proberen te bewijzen wie we zijn. Wij, de volhouders, de levensgenieters, de onverschillige en bandeloze party-gangers. Wij die vooral niet bang zijn. Voor de duivel niet. Onze blikken kruisen elkaar agressief. De liefde die anders zo zwaar tussen de palmen en olijfbomen hangt, heeft vandaag een harde beet met scherpe tanden. 

Mijn hele lichaam reageert hier op. En hoewel mijn hersens nog nuchter analyseren en de situatie realistisch proberen in te schatten, voel ik dat mijn lijf al een fase verder is. 
Is het sexy, vraag ik me in bed af als de Apaches door de zweterige nacht wieken? In de hogere lagen van de hemel snijden F16’s door mijn bewustzijn. Is oorlog sexy? 
Begrijp me niet verkeerd. Doden en gewonden zijn afschuwelijk. Maar het gevoel van angst, van nu of nooit, van morgen kan zomaar niet meer bestaan, is dat sexy? 

Ik heb vaker onder vuur gelegen. Vaker pompte de adrenaline door mijn aderen en bonkte mijn hart in mijn oren. Omdat het stellen van verkeerde vragen nu eenmaal mijn aard is, heb ik er bij gebrek aan beter mijn beroep van gemaakt. Ik doe iets in de journalistiek. 
Ik ben vaker in Kiryat Shmone in het noorden van Israël geweest terwijl het onder Hezbolla’s goeddunken lag. Was het 1997 toen alle nieuws-crews van de wereld daar neerstreken? De bevolking was inmiddels geëvacueerd. De katyusha’s knalden en spatten ook toen door ons dagelijks bestaan. En wij versloegen buiten, in de openlucht, ook als de sirenes krijsten, ook als het leger door de luidsprekers schalde de schuilkelders in te gaan. 
Hongerig stortten we ons ‘s nachts in elkaars armen, hunkerend naar verlossing. Opgestapelde angst die zich ruw een uitweg naar een hoogtepunt schreeuwt. Daar konden we er nog om lachen, om die armzalige liefde van ons. 

In Bagdad was dat al anders. Daar was ik banger voor een opgefokte CBS-geluidstechnicus die al weken geen vrouw meer had bezeten, dan voor het ultra-moderne wapentuig van de Amerikanen. Hoe groter het gevaar, hoe agressiever onze liefde. Een oerinstinct. Misschien is het overlevingsdrang, het wanhopig verspreiden en vermenigvuldigen van onze genen. Met angst voor de dood een beetje sterven in de armen van je Grote Liefde voor deze nacht.
 
Zouden er op Nasralla 70 maagden wachten? Ik kan aan zijn gezicht zien dat hij er naar verlangt. Zou hij te verleiden zijn met een buikdanseres? Als ik naar zijn lippen kijk kan ik me een voorstelling maken van zijn vingers. Dik en wellustig. Ik stel me voor hoe hij zijn pita door de choemoes veegt en aan het eind even knijpt. Sterke drank drinkt hij natuurlijk niet. Je kunt hem niet benevelen. Maar volgens mij kun je hem wel onschadelijk maken in zijn lust. 

Yael schakelde eens een grote vijand van Israël uit door hem te voeden met verse melk, romige kazen en sappige stukken vlees. Ik denk dat Nasralla daar ook voor zal vallen. Iemand die hem de kruimels van de lippen likt. 

Moge hij snel bekomen. 

Tel Aviv,

Jezzebel

This entry was posted in Buikdanseres, Land van mijn Hart. Bookmark the permalink.

15 Responses to Nasralla en de buikdanseres

  1. Pingback: Moge je gedachten zwerven als de kinderen van bedoeien | jezzebel

  2. Pingback: The Dear One | jezzebel

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.